Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

beide te trotseeren. Sedert 20 Juni 1792 weet de koning, dat zijn dagen geteld zijn. In zijn martelaarschap heeft Lodewijk een grootheid van ziel bereikt, welke in een vorstelijk leven een hooge zeldzaamheid is. Door zijn onderwerping aan Gods Heiligen Wil versloeg hij als christen de laaghartigheid van de revolutie1).

La Patrie en danger. Terzelfdertijd ging het met den oorlog slecht. De eene nederlaag volgde op de andere. De Pruisen trokken reeds den Rijn over. De Législative proclameert: „la patrie en danger". Met groote geestdrift hebben overal inschrijvingen van vrijwilligers plaats. L'enrölement volontaire slaagt op onverwachte wijze in den zomer van 1792. Het was in deze dagen van gloeiend patriotisme, dat Rouget de lTsle, een jong genie-officier te Straatsburg, de Marseillaise componeerde. Het werd de strijdleuze van een aantal vrijwilligers uit Marseille, die te voet naar Parijs trokken en overal in de departementen hun lied zongen. Vandaar de naam Marseillaise.

30 Juli waren de 20.000 vrijwilligers te Parijs bijeen, niettegenstaande het veto van Lodewijk XVI. Tal van verzoekschriften komen in bij de Législative om den koning af te zetten, omdat hij verraad zou plegen tegenover het vaderland. Na heftige beraadslagingen weigerde de volksvertegenwoordiging. Toen beraamden de Jacobijnen een aanval op de Tuileriëen, om zelf den koning van den troon te stooten. Eén omstandigheid werkte hun plannen in de hand. Te midden van de grootste opgewondenheid verscheen het manifest van den hertog van Brunswijk.

De troepen der verbonden mogendheden, versterkt met die der emigranten, stonden voor de grenzen van Frankrijk. Hun aanvoerder was de hertog van Brunswijk, een neef van den bekenden hertog uit de vaderlandsche geschiedenis. Voordat hij het Fransche grondgebied met zijn leger betrad, vaardigde hij een manifest uit, snorkend van grootspraak en beleedigend voor de reeds zoo prikkelbare republikeinen. Hij bedreigt de stad Parijs met een gevoelige bestraffing, indien het volk de hand dorst slaan aan de Tuileriëen, indien het de koninklijke familie zou vernederen. Het was een uitdaging, die door de Jacobijnen werd beantwoord met een uitdaging. De Pruis zou hun de wet voorschrijven? De opgewondenheid bereikt het kookpunt te Parijs. Alles wordt voorbereid tot een aanval op de Tuileriëen.

In den nacht van 9 op 10 Augustus wordt de gemeenteraad van de hoofdstad uiteengejaagd en op het stadhuis zetelt voortaan een Jacobijnsche commune. Des morgens van den ioen wordt een geregeld gevecht geleverd tegen de lijfwacht der Zwitsers,

1) Vgl. de prachtige beschouwing over de Journée van 20 Juni 1792 in het werk van P. de la Gorce, Histoire religieuse de la révolution francaise, dl. II, het tiende boek (Parijs, 1912).

Sluiten