Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

zich allerwegen het godsdienstig leven. Enkele bisschoppen hadden hun herderlijk ambt gedeeltelijk weer hervat, honderden priesters verheten de schismatieke staatskerk, de katholieke burgerij zond onophoudelijk verzoekschriften om teruggave van de kerken, neen, de partijpolitiek van het Directoire zou zegevieren.

Dat is de oorsprong van het royalistisch complot van 1797. De naam is valsch, want de beschuldiging van royalisme, door het Directoire tegen de Kamers uitgespeeld, was valsch. Frankrijk verlangde niet het herstel van het Ancien Régime, evenmin van een koningschap.

Coup d'etat van 18 Fructidor (4 Sept.) 1797. Om de meerderheid in de Kamers onschadelijk te maken, deed het Directoire een beroep op Bonaparte en zijn leger in Italië. De generaal was te veel Jacobijn om een man van sterke godsdienstige beginselen te kunnen zijn, maar te geniaal om niet te begrijpen, dat de Kamers gelijk hadden. Maar niet de vertegenwoordiging mocht Frankrijk losmaken uit de anarchie, hij zou het doen, de man van de toekomst, wanneer Zijn tijd zou gekomen zijn. Hij zond Augereau naar Parijs, een brutale, hardhandige Jacobijn, om het Directoire voorloopig de hand boven het hoofd te houden. Twee der Directeurs, de meest gematigden, werden gevangen genomen, een aantal Kamer-leden o.a. Camille Jordan, veroordeeld tot verbanning naar Cayenne. Na den staatsgreep begon in Frankrijk de periode van

De Tweede Terreur. De partij der Jacobijnen regeerde opnieuw. In schijn keerde het Directoire zich met een reeks van dwangwetten tegen de royalisten, in werkelijkheid tegen de katholieken. Van de geestelijkheid werd gevorderd het afleggen van een eed van haat tegen de anarchie en de monarchie. Maar het geweten verbood hun vijandschap te zweren tegen het koningschap. De kerkvervolging werd hervat en daarmee de jacht op de priesters: 233 zijn overgebracht naar Cayenne, gevreesd om zijn moordend klimaat1). Voor de meesten beteekende bet ellendig verblijf aldaar, in pijnigende gevangenschap, den dood.

1) 1700 Fransche priesters zijn veroordeeld tot verbanning; 233 van hen werden naar Cayenne vervoerd; 750 verbleven als gevangenen op Ré en Oléron. De overigen ontkwamen.

8000 Belgische priesters zijn veroordeeld tot verbanning; 30 hunner werden naar Cayenne vervoerd; 350 verbleven als gevangenen op Ré en Oléron. De overigen ontkwamen.

Sluiten