Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H9

Revolutie en den tocht van Napoleon naar Egypte. Er werden vereenigingen opgericht, die zoogenaamd ten doel hadden de belangstelling voor de klassieke beschaving onder het Grieksche volk te doen herleven. Capodistrias, eenigen tijd minister van Alexander I, stichtte het genootschap der Philomuzen; een andere geheime vereeniging was de Hetairia. Het verlangen om zich te bevrijden van de overheersching van Constantinopel werd steeds meer algemeen. Trouwens, de Turken waren allesbehalve zachte meesters. De kunstgenootschappen kregen langzamerhand het karakter van patriottische bonden en stelden zich als doel de Grieksche onafhankelijkheid te herstellen.

Dit streven vond ook in andere Balkanlanden weerklank. Alexander Ipsilanti sloot zich met zijn aanhang bij het complot aan en Ali, de pacha van Janina, werd de derde bondgenoot. Ipsilanti had grooten invloed op Alexander I, maar overschatte dien toch, toen hij rekende op de medewerking van den czaar.

Alexander kon er niet toe komen den opstand op het Balkanschiereiland te steunen, terwijl hij op het congres te Laibach juist bezig was het oproer in Italië tegen te gaan.

In 1821 brak de revolutie uit.

De pacha van Janina werd snel onschadelijk gemaakt.

Ipsilanti, door Alexander I aan zijn lot overgelaten, lijdt een nederlaag tegen de troepen van Mahmoed II en vlucht naar Hongarije.

De Grieken blijven alleen over, maar houden vol tegen de overmacht. Een voorloopige regeering kondigt in 1822 plechtig de onafhankelijkheid der Grieken af. De sultan weet het echter eens te worden met zijn lastigen vasal, M e h e m e t Ali, die feitelijk onafhankelijk over Egypte regeerde en aanvankelijk ook een dreigende houding had aangenomen. Mahmoed had hem noodig, omdat hij op de Janitscharen niet rekenen kon. Als belooning voor zijn hulp werd aan Mehemet Ah Morea beloofd. Toen Zond hij een leger onder zijn zoon Ibrahim Pacha op de ongelukkige Grieken af, die hun rassenhaat intusschen met keiharde onmeedoogendheid op de Turken gekoeld hadden, waar zij maar konden.

De Egyptische troepen treden barbaars op. Alle opgestane steden, Athene in 1825, Corinthe in 1827, moeten zich na een hardnekkige verdediging overgeven.

De ellende der Grieken deed in Europa veel medelijden ontstaan, vooral ia Engeland en Frankrijk, maar de regeeringen bleven op een af-

Sluiten