Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK.

DE JAREN 1830—1848.

Algemeen Overzicht. Na 1830 blijft de propaganda voor de liberale denkbeelden aan de orde. Het maatschappelijk leven is zoo sterk van het liberalisme doortrokken, dat de eerste reactie-verschijnselen zich voordoen: de sociaaldemocratie doet haar intrede in de geschiedenis, de sociale kwestie komt aan de orde. De eenzijdige overheersching der tories in Engeland wordt verbroken door de eerste Reform-BiU, waarmee de ontwikkeling van den democratischen regeeringsvorm begint. Engeland is ook de andere Europeesche staten voor met de eerste sociale wetgeving. De buitenlandsche politiek wordt in deze jaren beheerscht door de Entente Cordiale tusschen Engeland en Frankrijk.

§ 1. Engeland.

De impopulaire George IV stierf in 1830, Willem IV, 1830—1837, volgde hem op.

Het Ministerie Grey, 1850-1854. Gedurende deze regeering bleef in Engeland het kiesrechtvraagstuk aan de orde. Het Tory-ministerie Wellington trad af, omdat het geen verandering in de kieswet wilde brengen. De ijzeren hertog vond het Engelsche kiesstelsel het beste der wereld. Intusschen was dit een sinds lang verouderd standpunt. Een Whig-ministerie, waarin Palmerston, Grey en Russell de hoofdpersonen waren, nam het bewind in handen, 1830.

Reform-Bill. In 1832 werd de R e f o r m-B i 11 door Russell bij het Parlement ingediend, waardoor de kieswet zou worden gewijzigd. De twee belangrijkste veranderingen zijn deze:

1°. De indeeling in kiesdistricten wordt geheel herzien.

Overoude vormen, gebruiken en toestanden houden in Engeland lang stand. De verkiezingswijze van vóór 400 jaar was nog in zwang. Het land was verdeeld in counties en boroughs. Maar honderden jaren geleden was het kiesrecht gegeven aan toen welvarende boroughs, die sedert zeer vervallen waren. Deze noemde men „rotten bouroughs". Veel steden, die in

Tooneel der eeuwen II. g

Sluiten