Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

139

toezicht kwam en met name beleediging van den koning in caricaturen of anderszins strafbaar gesteld werd. Louis Philippe volgde na 1836 bij voorkeur het systeem van een persoonlijk bewind en hield de uitbreiding van het kiesrecht tegen.

Bonapartistische partij. Haast ongemerkt, te midden van al de brandende kwesties van den dag, was ook de Bonapartistische part ij weer opgeleefd. Haar pretendent, de hertog van Reichstadt, de zoon van keizer Napoleon, stierf in 1832. Alle rechten gingen nu over op den zoon van Lodewijk Napoleon, den vroegeren koning van Holland.

Karei Lodewijk Napoleon Bonaparte, een neef van den grooten keizer, had tot nu toe zijn leven buiten Frankrijk doorgebracht. In de Italiaansche revoluties streed hij mee met de oppositie, hij was toen ook lid van de Carbonari. L3ter officier in het Zwitsersche leger, waagde hij in 1836 een poging om in Frankrijk de macht van zijn dynastie te herstellen. Hij knoopte onderhandelingen aan met hoofd-officieren van het garnizoen te Straatsburg; er wordt een complot gevormd, om deze vesting bij verrassing te overrompelen. Maar slechts de minderheid der bezetting kiest partij voor den pretendent, de saamgezworenen worden overmand en gevangen genomen. Het plan mislukt. Ook Napoleon valt in handen van de regeering, die eigenlijk met hem verlegen zit. Zij laat hem vrij, mits hij naar Amerika vertrekt.

Een paar jaar later bereikt hem daar het bericht, dat zijn moeder Hortense de Beauharnais, ziek is. Dan komt Napoleon naar Zwitserland, maar de Fransche regeering is van plan daartegen te protesteeren bij de Republiek, waarop de pretendent naar Engeland wijkt, in deze jaren de schuilplaats van velen, die om politieke redenen vervolgd werden. Oplettend bleef Napoleon den loop der gebeurtenissen in zijn moederland volgen, wachtende tot hij zijn tijd gekomen achtte.

Van vele kanten had derhalve de Juli-monarchie met tegenstand te kampen. Tusschen 1835 en 1840 wisselen de ministeries elkander voortdurend af, een vaste koers ontbreekt aan het bewind. De laatste minister van de vooruitstrevend-hberale partij was Thiers, 1839—1840. Hij kwam met Louis Phihppe in conflict tengevolge van Zijn oorlogzuchtige politiek in de Oostersche kwestie. Tegenover de quadruple-alliantie van Palmerston riep hij het leger onder de wapenen, en begon aan de versterking van Parijs. Bij wijze van demonstratie liet hij, juist in 1840, het stoffelijk overschot van Napoleon overbrengen en bijzetten te Parijs in het Hötel des Invalides. Maar dat was Louis Phihppe te kras. Hij waagde zijn kroon liever niet aan een avontuur tegen half Europa, weigerde de wetten tot versterking van het leger goed te keuren: Thiers werd gedwongen ontslag te nemen.

Sluiten