Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

148

18 Mei 1848 werd het Nationale Parlement te Frankfurt in de St. Pauluskerk geopend (600 leden).

Allerlei fracties, ook de republikeinsche, waren er vertegenwoordigd, maar het ontbrak vooral aan practische staatsheden* de groote meerderheid waö monarchaal gezind. Veel moeilijkheden ontstonden over de vraag, of Oostenr ij k dan wel Pruisen de hegemonie in den nieuwen staat zou verkrijgen, terwijl de meerderheid het liefst een keizerrijk wilde stichten. Er gingen zelfs stemmen op om Oostenrijk geheel buiten het Duitsche verband te sluiten (de Klei n-D uitschers, in tegenstelling tot de G r o o t-D uitschers, die Duitschland met Oostenrijk vereenigd wenschten).

In 1849 viel de beslissing. De nieuwe constitutie was klaar.

De Klein-Duitsche partij wist door te drijven, dat Duitschland een constitutioneel keizerrijk zou worden en men verkoos den koning van Pruisen tot keizer van Duitschland. Oostenrijk, door Radetzky's overwinningen van een deel zijner vijanden bevrijd, protesteerde aanstonds tegen de keuze, riep de Oostenrijksche afgevaardigden uit Frankfurt terug; Frederik Willem, die tegen een oorlog met Oostenrijk opzag en de keizerskroon niet aan de revolutie wilde danken, weigerde beslist de hem aangeboden waardigheid. Pruisen, Saksen en verschillende kleinere staten roepen hun vertegenwoordigers terug; ten slotte bleef er van het Parlement slechts een repubhkeinsch gezinde fractie over, „het Rompparlemen t", dat uiteengejaagd werd.

Dit gaf het sein voor een repubhkeinschen opstand in Baden, de R ij n-P alts, Saksen. Vooral in Dresden ging het heet toe, Pruisen moest in Baden bijspringen. Prins Willem, de kartetsen-prins, dezelfde, die in 1871 tot keizer is uitgeroepen, was de aanvoerder van het hulpleger. Liebknecht, later een der aanvoerders van de sociaal-democraten en de hof kapelmeester Richard Wagner, streden in 1849 mee tegen de regeeringstroepen. De revolutie is met geweld onderdrukt. De Duitsche eenheid was nog geen stap verder gekomen.

Ook Oostenrijk moest, meer nog dan Pruisen, deelen in de onlusten van het revolutie-jaar. Vroeg men elders slechts om politieke vrijheid, hier poogden bovendien de verschillende nationaliteiten een onafhankelijk volksbestaan te verwerven.

In Maart 1848 brak er te Weenen een gevaarlijk oproer uit. Het volk deed een aanval op den H o f b u r g. Metternich, die sedert 1809 aan het hoofd van het bestuur had gestaan, trad af en vluchtte naar Engeland, de regeering week voor het geweld en beloofde een

Sluiten