Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

156

in het eigen land stevig gegrondvest worden. Daarom stelde Napoleon III Zich ten doel Frankrijk een grooten invloed te verschaffen in de internationale politiek: roem en populariteit zouden het loon zijn, niettegenstaande de meest overtuigende verklaringen van vredelievendheid.

Rusland. Een andere keizer verschafte Napoleon de gelegenheid om de Fransche wapenen in grootschen stijl een eervolle rol te doen spelen: Nicolaas I.

Nergens in Europa wisselde de politiek zoo sterk met de persoonlijke neigingen van den vorst als in Rusland, om de eenvoudige reden, dat de macht van den czaar het karakter droeg van een oostersch despotisme. Rusland had in 1848 niets geleden. Zijn keizer, tuk op machtsuitbreiding, achtte zich sterk genoeg om nu eindelijk eens over te gaan tot wat hij noemde: „de verdeeling der erfenis van den Zieken M a n" (Turkije). Nicolaas I had pas O o s t e n r ij k bijstand verleend tegen de Hongaren en verwachtte dus van Frans Jozef geen tegenwerking van zijn veroveringsplannen. Met Pruisen stond hij op goeden voet, Frankrijk achtte hij niets waard, alleen Engeland schatte hij een tegenstander van beteekenis.

In Januari 1853 opende de czaar onderhandelingen met Engeland om samen Turkije te verdeden. Maar de Engelsche regeering ging daar niet op in. Toen besloot Rusland het dan maar alleen te wagen.

Het ontbrak echter nog aan de behoorlijke aanleiding. Een oorlog met Turkije werd gemaakt. In Palestina bestonden voortdurend geschillen over het bezit der heilige plaatsen, vooral te Jeruzalem, tusschen de Latijnsche en de Grieksche christenen. De Latijnen roepen de hulp in van Napoleon, die gaarne op dit verzoek inging, om zijn krachten te beproeven aan een internationale kwestie; de Grieken gaan naar den czaar, die zich tot den sultan wendt, maar van dezen een uitspraak krijgt, waar niemand wijs uit kan worden.

Nu treedt Nicolaas I met kunstmatig overdreven hooghartigheid op. Menschikof wordt met groot gevolg als ambassadeur naar Constantinopel gezonden. Hij verschijnt er in een overjas en met beslijkte laarzen in de zitting van den rijksraad van Turkije. Verontwaardigd bijt een der Turksche ministers hem toe: „De Russische kolossus meent, dat Europa minder zal zien, dat hij leemen voeten heeft, als zij vuil zijn". Menschikof eischte het protectoraat over alle Grieksche christenen in heel het Turksche rijk.

De sultan treedt in overleg met Frankrijk en Engeland. Deze spreken hem moed in; Engeland wilde Turkije handhaven, Frankrijk vond het een aanlokkelijk denkbeeld samen met Engeland tegen Rusland op te treden. De sultan slaat de eischen van Menschikof af, daarop zendt de czaar een ultimatum. Turkije vraagt hulp aan Frankrijk en Engeland, die hun vloten bij Galhpoli doen ankeren. De Russen boren een zwak Turksch eskader bij Sinope m den grond. De Krimoorlog was uitgebroken.

Sluiten