Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

174

In Polen echter mislukte de regeering van Alexander II. In stilte was het in 1830 bloedig gewroken verzet blijven voortleven. Het volk verlangde het herstel der personeele unie, waarin de czaar niet wilde toestemmen. Langzamerhand groeide de antiRussische beweging aan onder leiding van den adel, bij wien de plattelanosbevolking zich echter niet aansloot, gehaat als de grootgrondbezitters zich maakten door hun machtsmisbruik. De nationale eenheid der Polen van 1830 ontbrak in 1860.

Toen de czaar de woeligste elementen, vooral studenten, in het Russische leger deed inlijven, brak de opstand uit. Na eenige botsingen tusschen de Russische troepen en het volk volgde de groote revolutie van 1863. De omstandigheden waren voor de Polen veel ongunstiger dan in 1830. Toen konden zij Warschau en andere steden bezetten, nu beschikte de adel alleen over het weinig-enthousiaste platteland. Alexander II zond een leger van 200.000 man op de revolutie af, waartegen de Polen slechts een taai volgehouden guerüla konden voeren.

Maar meer dan in 1830 richtte de aandacht der groote mogendheden zich in 1863 op de Poolsche kwestie. Napoleon III nam het initiatief tot een internationale interventie. Engeland en Oostenrijk gingen op het denkbeeld in, Bismarck echter koos de zijde van Rusland. De drie mogendheden deden den minister van Alexander II, G o r t s c h a k o f f, het voorstel van een groot Europeesch congres ter regeling van de Poolsche kwestie.Maar Bismarck zond eenige regimenten naar de grenzen van Pruisisch Polen, om den opstandelingen de vlucht te beletten en werkte daardoor de onderdrukking van de revolutie in de hand, niettegenstaande het heftig verzet van de Fortschrittspartei. Czaar Alexander was er van op de hoogte, dat Frankrijk, Oostenrijk en Engeland hun interventie niet in daden wilden doorzetten. Het gevolg was, dat de Polen aan hun lot overgelaten bleven. Pruisen kon voortaan verzekerd zijn van Rusland's welwillendheid. Bij de eerste ontmoeting met Bismarck's diplomatie legt de Fransche keizer het af.

De uitslag van de ongelijke worsteling in Polen kon niet twijfelachtig zijn. Zwaar drukte de hand van den machtigen czaar op het ongelukkige volk. Alexander II besloot over te gaan tot stelselmatige russificeering. De adel verloor zijn grond, deze werd verdeeld onder de boeren, voor wie voortaan geen heerlijke rechten meer bestonden, maar die meteen hun eenige beschermers verloren tegen de Russische bureaucratie. In ds. kerken, de scholen en bij d*. rechtbanken werd de Russische taal uitsluitend ingevoerd. De Katholieke Kerk verloor haar vrijheid van beweging. De bisschoppen werden gevangen gezet, priesters vermoord, kerken uitgeplunderd, kloosters in kazernes veranderd, met het Russisch schrikbewind ging de kerkvervolging gepaard.

Sluiten