Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228

verandert weldra na 1890. Keizer Willem II treedt zelf op als bestuurder van zijn rijk, de invloed van den rijkskanselier blijft voortaan op den achtergrond. De nieuwe koers wordt merkbaar uit twee gebeurtenissen: de sluiting van het Helgolan d-tractaat1) met Engeland, 1890, het afbreken van het Rückversicher u n g s-V e r t r a g met Rusland, 1890.

Bismarck had de ratificatie van het Helgoland-tractaat eenige jaren tegengehouden, Willem II daarentegen hoopte met een belangrijke concessie in Afrika een waardevolle toenadering tot Engeland te winnen, zonder er veel anders mee te bereiken, dan de verwijdering van Rusland. De oude traditie uit Bismarck's tijd werd verbroken.

Het Rückversicherungs-Vertrag is in 1890 niet hernieuwd. Willem II vertrouwde Rusland niet. Ook daarom begon hij aan een mildere behandeling van de Polen. Bismarck had stelselmatig de Poolsche nationaliteit onderdrukt in Posen en West-Pruisen. De czaar echter zag Pruisen ongaarne de rol van beschermer der Polen op zich nemen.

Het Fransch-Russisch Verbond, 1894. De nieuwe koers van Willem II deed Rusland omzien naar versterking van zijn positie in Europa. Czaar Alexander III vond een open deur bij den Franschen nunister Ferry voor een Fransen-Russische entente, 1891, die in 1894 is voltooid tot een definitief verbond." Alle groote allianties in Europa zijn defensief geweest naar den vorm, in werkelijkheid echter zijn ze de oorzaak geweest van een steeds hooger opgevoerde krijgstoerusting, de voorbereiding immers van den oorlog. Rusland profiteerde van het crediet van zijn rijken bondgenoot: tot 1914 leende het 20 niüliard te Parijs.

De Duitsche vloot. Willem II zag te laat in, dat hij de politiek van zijn eerste regeeringsjaren moest opgeven. Populair was de regeering in Pruisen niet.

In 1894 kwam het tot een verzoening van Willem II met Bismarck, althans naar het uiterlijk. De populariteit van den grooten Duitscher dwong den keizer om over de brug te komen. Zijn opvolgers als kanselier stonden in bekwaamheid verre bij hem ten achter. De nieuwe regeering moest haar sporen nog verdienen, alvorens zij zich kon wagen aan rruhachting voor de oude

Maar zijn vlootplannen gaf de keizer niet op. In tal van redevoeringen kwam hij telkens weer terug op zijn geliefkoosd thema: „Onze toekomst ligt op het water". Hohenlohe was kanseher in de

i) Vgl. blz. 224.

Sluiten