Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232

broken, zonder overleg met den H. Stoel. De bisschoppelijke hiërarchie werd voorbijgegaan door den dwang der oprichting van associations cultuelles, waarbij het bestuur der parochiën zou overgaan in handen van leeken. De laïciteit moest het Fransche volk opgelegd worden. Belastingambtenaren zouden de bezittingen der kerkelijke instellingen inventariseeren. Pius X, 1903—1914, veroordeelde de wet op de scheiding van Kerk en Staat en verbood aan de katholieken de oprichting der associations cultuelles, 1906.

In hetzelfde jaar verdween Combes van het tooneel, ten val gebracht door zijn eigen godsdiensthaat. Hij was in zijn zelfverbhnding zoo ver gegaan, dat hij in het leger een spionnagestelsel had ingevoerd om alle katholieke officieren te weren door middel van fiches, waarop vermeld stond of zij hun godsdienstplichten vervulden. De algemeene verontwaardiging maakte op de Kamer zulk een indruk, dat Combes moest aftreden. Nooit meer heeft hij een rol in Frankrijk gespeeld. Hij stierf op den dag, waarop de diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan weer hersteld werden, 1930.

De inventarisatie der kerkelijke goederen veroorzaakte zoo groote opwinding door den lijdelijken tegenstand der katholieken, dat de regeering deze moest staken, maar tegelijkertijd zijn de kerken met alle daaraan verbonden bezittingen tot staatseigendom verklaard, 1907. Dat was het werk van het ministerie-Clémenceau, 1907—1909, en den tweeden president van het Bloc, F a 11 i è r e s, 1906—1913. Men meende over de Kerk te zegevieren door haar doodarm te maken!

Kentering. Met de kerkvervolging was gepaard gegaan een sterke anti-müitaristische propaganda door de sociaal-democratie. Maar de buitenlandsche verhoudingen in Europa werden elk jaar meer en meer gespannen: de wereldoorlog naderde. Vandaar een kentering sedert 1909. Clémenceau trad af, de Kamer begreep, dat het te gevaarlijk was de verdeeldheid in het land nog meer te doen toenemen. Langzamerhand verslapte de kerkvervolging, de versterking van het leger moest doorgaan. President P o i n c a r é, 1913—1920, was niet de candidaat van het Bloc, hij wilde het herstel van de nationale eenheid. In beginsel verkeert de Fransche Kerk echter nog altijd in de periode van de vervolging, want de hatelijke wetgeving van het Bloc is nog niet ingetrokken. Wel heeft de oorlog de plannen van het moderne heidendom doen mislukken: de Goddelijke Voorzienigheid beidt haar tijd!

Sluiten