Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242

Mac Kinley eischt van Spanje de onafhankelijkheid van het eiland.

Spaansch-Amerikaansche oorlog. In den nu volgenden oorlog werd de Spaansche zeemacht verslagen, de Philippijnen bezet en bij den vrede van Parijs, 1898, moest Spanje al zijn Noord-Amerikaansche koloniën afstaan: Cuba, Porto-Rico en andere eilanden, benevens de P h i 1 i p p ij n e n. Cuba kreeg in 1902 autonomie.

Roosevelt zette de imperialistische politiek voort, hij nam het initiatief tot den aanbouw van een sterke vloot.

In 1912 trad de democratische partij weer op den voorgrond door de presidentsverkiezing van Wilson. Overtuigd tegenstander van de trusts, heeft hij in 1913 de invoerrechten met 1/, weten verlaagd te krijgen. In 1916 is Wilson herkozen.

Op den Grootcn Oceaan ontmoetten de beide jongste der groote wereldmachten elkaar in hun expansie-pogingen. De landverhuizing der Japanners naar Califomië had reeds in 1907 aanleiding gegeven tot versperringsmaatregelen. Maar Roosevelt heeft door diplomatie een botsing weten te ontwijken. In 1908 is een overeenkomst gesloten tusschen de twee mogendheden, waarbij zij het beginsel van de „open deur" aanvaardden en elkanders.gebied van weerszijden waarborgden. Cahfornië blijft den Japannees de landverhuizing bemoeilijken: deze kan er geen burgerrecht verkrijgen. De tegenstelhng tusschen de beide volkeren is blijven bestaan en het gaat daarbij om de vraag wie in de toekomst den Grooten Oceaan zal beheerschen. Ook Amerika kent de bedreiging van het Gele gevaar.

Heel nauw in verband met deze staatkundige verhoudingen staat ook de voltooiing van het Panama-kanaal. Onder invloed van de Vereenigde Staten maakte Panama zich in 1903, als zelfstandige republiek, los van Columbia. Nu begon het groote werk, dat in 1915 klaar kwam. Amerika bezit daardoor een korteren weg voor zijn vloot naar den Grooten Oceaan.

§ 6. De Voor-oorlog van Algeciras.

De Verdeeling van Noord-Afrika. De eerste botsing tusschen de groote mogendheden, die den wereldoorlog bijna deed uitbreken, hangt nauw samen met de verdeeling van Noord£l frik 2l+

Engeland beheerschte Egypte, Frankrijk had de hand gelegd op Algiers en Tunis. Spanje en Italië hielden het oog gevestigd op dat gedeelte van Noord-Afrika, dat zuidwaarts aansloot bij het eigen gebied in Europa: Marokko en Tripolis.

Sluiten