Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op dezen eisch mislukten de onderhandelingen, 1901. Toen zocht de Engelsche regeering toenadering tot Frankrijk en Rusland.

De nederlaag van Rusland in den oorlog met Japan bracht een groote verandering te weeg in de internationale verhoudingen. Na 1905 was de vrede in Europa niet meer veilig. Het evenwicht tusschen de grootmachten werd verbroken door de verzwakking van Rusland, ook van deze gelegenheid wist Engeland partij te trekken. Bezorgd zag Frankrijk den tegenspoed van zijn bondgenoot in het verre Oosten, immers nu kon de overmacht van het Duitsche Rijk op het continent

van Europa een gevaar worden. Toen de Engelsche regeering een voorstel deed tot toenadering, werd dit daarom te Parijs gemakkelijk aanvaard (Delcassé en EduardV II). In 1904 is het eerste FranschEngelsch verdrag gesloten, waarbij de oude

Spotprent op de zware oorlogslasten in Engeland en koloniale kwesties Duitschland. (Naar Shinkoran, Tokio). (Egypte, Marokko) zijn

vereffend*). Van dit

jaar dagteekent ook de entente cordiale tusschen de beide mogendheden, een samenwerking zonder bindende overeenkomst. In 1905 breidde Engeland zijn verdedigend verbond met Japan uit, waarbij de twee mogendheden elkander gewapenden bijstand beloofden, ook wanneer Japan zou aangevallen worden door slechts één anderen staat.

Dit verbond was gericht tegen Rusland, het beveiligde de macht van Engeland in Voor-Indië en het verre Oosten, maar in de verte is het ook bedoeld geweest tegen het Duitsche Rijk: gedurende den wereldoorlog werd Japan de bondgenoot van Engeland. Het is in 1921 niet hernieuwd.

De verdragen van 1904 en 1905 zijn het uitgangspunt geworden van de omsingelingspolitiek tegen Duitschland en Oostenrijk. Koning Eduard VII, 1901—1910, een voorstander van het imperialisme, heeft daarop een grooten invloed uitgeoefend.

Zij werden voltooid in 1907 door een entente van Engeland met Rusland (verdeeling van Perzië, toezicht van Engeland over Afgha-

1) zie blz. 234> •

Sluiten