Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

258

door haar begrijpelijke verbittering tegen Servië, eischte veiligheidswaarborgen tegen de Groot-Servische agitatie en tastte de zelfstandigheid van het koninkrijk aan. Servië vroeg de hulp van Rusland in geval van een oorlog. Meteen beval de czaar gedeeltelijke mobilisatie en verzocht in Weenen een langeren termijn dan twee dagen voor het antwoord uit Belgrado op het ultimatum. Zeker van Rusland's bijstand ging de Servische regeering over tot mobilisatie en gaf aan Oostenrijk een ontwijkend antwoord. 25 Juli waren de diplomatieke betrekkingen verbroken.

De Crisis. De gebeurtenissen maakten in Europa een diepen indruk. Al gedurende jaren was de spanning tusschen de machtige staten-verbonden groot, zou een oorlog nog voorkomen worden? Immers, het Oostenrijksch-Russisch conflict moest onvermijdelijk de aan weerszijden geallieerde mogendheden in de zaak betrekken.

G r e y, de Engelsche minister, stelde een congres voor van Itahë, Frankrijk, Duitschland, Engeland, de vier mogendheden, die slechts zijdelings met de Servische kwestie te maken hadden. Maar Duitschland en Oostenrijk wilden daar niet op ingaan. De Donau-monarchie, in overleg met Berlijn, verlangde geheel vrij te kunnen handelen ten opzichte van Servië, zonder zich afhankelijk te maken van een scheidsgerecht. Tegelijkertijd verzekerde het kabinet van Weenen te St. Petersburg, dat het niet van plan was de zelfstandigheid van Servië te vernietigen en evenmin streefde naar veroveringen.

28 Juli verklaarde Oostenrijk den oorlog aan Servië, terwijl Rusland mobiliseerde tegen Oostenrijk. Toen greep Duitschland in: het achtte de Russische mobilisatie onnoodig na de Oostenrijksche geruststellingen en dreigde met tegenmaatregelen.

Maar Rusland bleef bij zijn plan om in een oorlog tusschen Servië en Oostenrijk tusschenbeiden te komen, zeker als het was van den steun van Engeland en Frankrijk, indien keizer Willem tot een oorlogsverklaring mocht overgaan.

29 Juli gaf de czaar bevel tot de algemeene mobilisatie, ook aan de Duitsche grenzen, op aandringen van zijn generalen staf. 1 Augustus 1914 verklaarde Willem II den oorlog aan Rusland, Frans Jozef een paar dagen later.

De Duitsche gezant te Parijs stelde de vraag, of de Fransche Republiek neutraal zou blijven. Het antwoord luidde: „Frankrijk zal handelen overeenkomstig zijn belangen". Daarop volgde 3 Augustus de oorlogsverklaring van het Duitsche Rijk aan Frankrijk. Het onderling wantrouwen tusschen de Triple Alliantie en de Triple Entente had ditmaal alle pogingen tot een vergelijk doen mislukken.

Sluiten