Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE HOOFDSTUK.

DE WERELD-OORLOG, 1914—19181). § 1. Dc Aanval op Frankrijk en Rusland, 1914—1916.

De Inval in België. De strijd zou echter eerst een wereldomvattende beteekenis verkrijgen door het optreden van Duitschland tegen België. Reeds lang voor den oorlog had men daar rekening gehouden met een mogelijk doorbreken der Duitsche legers naar de Fransche noordergrens, die veel minder sterk verdedigd was dan het oosterfrontier. Vandaar dat een paar jaren te voren het Belgische leger gereorganiseerd en de Maas-linie van moderne verdedigingsmiddelen voorzien werd. Ofschoon de mogendheden de neutraliteit van België onvoorwaardelijk gewaarborgd hadden (1839), richtte de Duitsche regeering toch aan koning Albert het verzoek vrijen doorgang toe te staan aan de Duitsche troepen tegen contante betaling en schadeloosstelling. Het vroeger neutraal verklaarde groothertogdom Luxemburg was 3 Augustus al in bezit genomen.

Koning Albert weigerde. Tegelijkertijd riep hij de bemiddeling in van George V van Engeland. Frankrijk bood vijf legercorpsen aan als hulp, maar dezen steun aanvaardde de Belgische regeering nog niet. Grey had reeds te Berlijn den eisch gesteld,dat Duitschland de onzijdigheid van België zou eerbiedigen. De Duitsche regeering wilde zich daartoe niet onvoorwaardelijk verbinden, 4 Augustus begon de inval in het Luiksche gebied, denzelfden dag zond Grey een ultimatum. Duitschland werd voor de keuze gesteld: België ontzien of een oorlog met Engeland.

Te Berlijn is de eisch van Engeland afgewezen. De misdaad tegen België werd gemotiveerd met „Kriegsnotwendigkeit". Nu het Duitsche Rijk voor het feit stond van den gevreesden aanval aan oost- en westgrens tegelijk, het doelwit der omsingelingspolitiek van Eduard VII, achtte de regeering te Berlijn alles geoorloofd om de vijandelijke macht te kunnen weerstaan, waartegenover Paus Benedictus XV in zijn allocutie van 22 Januari 1915 de duidelijke veroordeeling plaatste, dat niemand bevoegd is, om welke reden ook, de gerechtigheid geweld aan te doen.

1) G. W. Kernkamp, De Europeesche oorlog (Haarlem 1915—1919)*

Sluiten