Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

271

3°. de afkeer van den oorlog in en buiten het leger.

De aanleiding tot de revolutie was het besluit van czaar Nicolaas II om de zittingen der Doema voor onbepaalden tijd uit te stellen en het autocratisch bewind met alle kracht door te zetten, n Maart weigert de Doema uiteen te gaan. Dat was het sein voor een oproer te St. Petersburg. Regeeringsgebouwen, ook het winterpaleis, worden bestormd, de troepen kiezen de zijde van het gepeupel, 14 Maart was de hoofdstad in handen van de revolutie. Een commissie uit de vertegenwoordiging neemt voorloopig de regeering op zich, een radicaal ministerie uit de partij der Kadetten treedt op. Dit kondigt de volgende maatregelen aan:

Persvrijheid, recht van vereeniging, vergadering en werkstaking, algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen, gewetensvrijheid, afschaffing van alle standsprivilegiën, gelijkheid van alle Russen voor de wet.

14 Maart deed Nicolaas II, 1894—1917, afstand van de regeering. De czaar is met zijn gezin naar Siberië verbannen.

De Sovjets. Intusschen kon de voorloopige regeering den druk der sociaal-democratische stroomingen niet keeren.

De partijen waren deze: de Kadetten d e Mi ni m a 1 i s t e n de Maximalisten ofMencheviki. ofBolcheviki. leider: Kerensky. leider: Lenin.

De Kadetten zijn democratische radicalen. Hun aanhang vinden zij vooral onder de burgerij. Zij zijn voorstanders van een repubhkeinsehen regeeringsvorm op parlementairen grondslag en verlangen voortzetting van den oorlog aan de zijde van Engeland.

De Mencheviki zijn sociaal-democraten, de Bolchev i k i communisten. Beiden steunen op de volksklasse, de arbeiders en soldaten. Zij verlangen een volksregeering en willen een vrede zonder annexaties en zonder schadeloosstellingen.

De Bolcheviki gaan in hun eischen het verst. Hun illusie is niet enkel de politieke maar ook de maatschappelijke gelijkheid van alle burgers en de oppermacht van het volksgezag om deze gemeenschappelijkheid, desnoods met geweld, op te leggen. Tegenover den godsdienst staan zij op een vijandig standpunt.

Naast de regeering trad een sovjet op, een arbeiders- en soldatenraad van 1600 leden, die meer en meer haar wil aan het bewind opdrong. In alle grootere steden werden plaatselijke sovjets gevormd,

Sluiten