Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

284

De politiek van Trotzky faalde. Om erger te voorkomen, aanvaardde de raad van volkscommissarissen den vrede van Brest-Litovsk:

1. Lijfland en Esthland komen onder Duitsch protectoraat.

2. Rusland staat af de landen ten westen van de lijn Dünaburgwestgrens van Rusland.

3. De Ukraine en Finland worden ontruimd door de Bolcheviki.

4. De revolutionnaire propaganda in Duitschland en Oostenrijk, moet gestaakt worden.

De Ukraine sloot afzonderlijk vrede te Brest-Litovsk. De grenzen werden vastgesteld, het land verplicht tot massa-leveringen aan Duitschland (de broodvrede). Maar de boeren weigerden op bevel van de vijandelijke bezetting hun velden te bebouwen, dwangmaatregelen lokten de vorming van een patriottenpartij uit, het Duitsche oppertoezicht bereikte slechts ten deele het beoogde doel.

Een der afschuwelijke misdaden van de Bolcheviki was de vermoording van czaar Nicolaas II, zijn vrouw en kinderen, te Jekaterinenburg op bevel van de sovjet, Juli 1918. Men keurde hem met eens de moeite van een schijn-proces, als. weleer Lodewijk XVI, waardig.

Finland. De Finsche republiek werd door de Bolcheviki niet met rust gelaten. Er brak een burgeroorlog uit tusschen de burgerij en het proletariaat, maar hier vond de revolutie, anders dan in Rusland,, een georganiseerde meerderheid tegenover zich.

Beide partijen beschikten over een gewapende macht, de roode en de witte garde, naar den band om den arm, dien de strijders droegen als her— kenningsteeken. De roode garde, meerendeels gevormd uit arbeiders, overrompelt Helsingfors. De burger-regeering echter ontkwam, sloot een verdrag met het Duitsche Rijk, verkreeg op grond daarvan den steun van Duitsche troepen, die de Aalands-eilanden bezetten. Toen ging het los op de Bolcheviki, die van Groot-Rusland uit bijgestaan werden. De witte garde en de Duitschers bevrijdden Helsingfors en Wiborg van de anarchie, versloegen het veldleger der roode garde, verdreven de Russische communisten uit het geheele land. De landdag kwam weer bijeen en koos den zwager van keizer Willem II, prins Frederik Karei van Hessen, tot koning. Maar deze aanvaardde de kroon niet, omdat Engeland en Frankrijk den Finschen staat niet wilden erkennen, zoolang deze onder Duitschen invloed stond.

Het Isonzo-Front. Tegenover Itahë wisten de Oostenrijkers nog geruimen tijd hun in 1917 gemaakte veroveringen te behouden, maar voortaan streden zij tegen een steeds aangroeiende overmacht. Verder dan plaatselijke aanvallen over en weer strekte de oorlog in de Alpen en de Po-vlakte zich niet uit. In Juli begon ook aan dit front de stelselmatige terugtocht der Oostenrijksche legers. In October kwam uit Weenen het bevel om den strijd te staken.

Sluiten