Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3<>4

de misdaden aan de Roer hoofdschuddend stonden aan te gapen, gaf P a u s Pius X I, in 1922 gekozen als opvolger van Benedictus XV, een schitterend voorbeeld door een dappere daad. Hij zond een legaat naar de Roer om er de toestanden te onderzoeken en sprak onomwonden zijn veroordeeling uit over het wangedrag van de Fransche regeering in een open brief aan zijn staatssecretaris, Kardinaal Gasparri. Minister Poincaré dreigde in de Fransche Kamer met opheffing van het gezantschap bij den H. Stoel, maar Engeland trachtte Frankrijk te doen begrijpen, dat de kunstmatige verarming van Duitschland zou beteekenen de verarming van Europa.

De Conventie van Londen, 1924. Dat is een voorspelling geweest. De Duitsche staat heeft zich doodarm gevochten tegen den overweldiger, door den passieven tegenstand daalde de waarde van de mark tot sterrekundige onwaarschijnlijkheid, terwijl de Fransche frank het toch niet veel verder stuurde dan een paar dubbeltjes. Het gevolg van den oorlog aan de Roer werd, dat de welvaart van Europa er geducht onder te lijden had en er van een regeling van de afbetaling der zware oorlogsleeningen aan Engeland en Amerika niets dreigde terecht te komen. Een commissie van bankiers onder leiding van Dawes werd daarom belast met de ontwerping van een economisch compromis, waarvan het eind-resultaat is neergelegd in de conventie van Londen, 1924:

1. Frankrijk en België ontruimen het Roergebied.

2. Sancties zullen op Duitschland niet meer worden toegepast, tenzij in samenwerking van de rechthebbende mogendheden, d.w.z.' ze worden praktisch afgeschaft, een nederlaag voor Frankrijk.

3. In Duitschland wordt opgericht een circulatiebank, die het monopolie zal hebben van de uitgifte van papieren geld en de afbetalingen van de oorlogschulden administreer en. Deze bank staat onder toezicht van de mogendheden.

4. Aan Duitschland wordt toegestaan een buitenlandsche leening van 800 milhoen mark om aan zijn eerste verpachtingen te kunnen voldoen.

5. De inkomsten uit de spoorwegen en de industrie worden verpand als zekerhddsstelling voor de jaarhjksche afbetalingen.

6. Duitschland zal als normaal bedrag elk jaar 2500 millioen mark van de oorlogschulden afbetalen.

Daarmee staan de Duitsche staatsfinandën onder het toezicht

Sluiten