Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

genoeg te verantwoorden om ons broze krante-scheepje door al die stormen en langs al die klippen te sturen, en ik zal ze dus maar met mijn stokpaardjes als daar zijn: nieuwe spelling en Esperanto („bokkespaans" is dat eens in onze krant genoemd, maar dat is toch al 'n tijdje geleden!) niet lastig vallen, en enkel een praatje maken over de betekenis van de woorden, die voor ons kommunisten zo langzamerhand slagwoorden geworden zijn: marxisme, klassebewustzijn, wetenschap, om er maar eens een paar te noemen. Ik heb namelik wel eens menen op te merken, dat schoolkinderen zowel als grote mensen juist het minst nadenken over de woorden, die ze het meest gebruiken: als iemand het woord „ichthyosaurussen" tegenkomt, zal hij allicht zeggen: hè? wie ben jij? en wat mot jij? maar als de een of andere brabantse kaffer hem zou vragen, wat „marxisme" beduidt, dan weet hij allicht niet anders te antwoorden, dan: „stommeling, weet ie dat niet? Marxisme k de leer van Marx, natuurlik!" Nou ja, 'n komeet is. 'n ster met 'n staart, maar nou weet ik nóg niks. Wat is nou eigenlik een komeet, en wat is nou eigenlik „marxisme"?

Komaan, laten we met dat „woordje" onze taaloefeningen maar eens beginnen, daar heeft het toch eigenlik wel recht op, want het is misschien het oudste van onze kommunistiese woorde- en gedachteschat. Maar eerst nog een opmerking vooraf. ■■>■

Een week of wat geleden (het was op die, voor ons K.P.H.-ers zo gedenkwaardige tiende Mei) heb ik in zeker krantje, dat zichzelf heel nederig „Fata Morgana" noemde, een grapje gelezen over zekere „zeer goedwillende partijgenoot", die onze gedachtestrijd met „de zuivere rede" zou willen beslechten. En onwillekeurig welde bij die lektuur een hartgrondig Amsterdams „mot je mijn soms hebben?!" bij mij op. En diezelfde opwelling geeft mij nu aanleiding de lezers van mijn Zaterdagavondpraatjes vooruit te waarschuwen, dat ik héél graag „goedwillend" en „zachtmoedig" wil wezen, maar toch niet kan beloven, mij tot „de zuivere rede" ofi wel de blote redeneerkunst te bepalen, maar dat ik er nu eenmaal een eigen mening over dingen, woorden en strijdmetjmden op na houd, die ik met de nodige „vrijmoedigheid" denk te uiten. Mocht die vrijmoedigheid iemand uwer so„.,s aanstoot geven (en juist over woorden krijgen de

Sluiten