Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30

VII.

GELOOF EN WETENSCHAP.

Menseliefde is geen strijdliefde, en mensehaat is geen klassehaat, en toch is een mens meer dan klassemens alleen, en wortelt ons klassebewustzijn en ons klasseïnzicht in duizenderlei menselike gevoelens van voorkeur en afkeer voor personen. Wat is het cement, dat die persoonlike, misschien enghartige en kleinzielige, misschien tedere en fijngevoelige/ maar in ieder geval onweegbare en onmeetbare gevoelselementen samenbindt tot wat voor ons het kommunisme is? Geloof of wetenschap? Ik weet het niet. Ik weet enkel, dat het woord „wetenschap" erg in de mode geweest is in onze kringen, de laatste vijftig of zestig jaar. 't Begint te luwen...

Weten en wetenschappelikheid is niet hetzelfde, ja eigenlik sluiten die begrippen elkaar volkomen uit: „de meester in zijn wijsheid gist, de leerling in zijn waan beslist", zegt een bekend rijmpje. Van zuiver wetenschappelik standpunt beschouwd, weten we'eigenlik niemendal, en mogen we alleen heel voorzichtig en heel nauwkeurig (en vooral heel nuchter en oahartstochtelik!) al onze ervaringen op papiertjes schrijven en er lijstjes en tabellen van maken, en ze zus rangschikken en zó, en dan na duizend aarzelingen het weerbericht van morgen opstellen: „verwachting veranderlik". Maar weten, wat een gewoon mens noemt weten, wel, dat is niet anders dan een biezonder koppig soort van geloven, en hoort in de meteorologie of de sociologie niet thuis: het kan vriezen, maar het kan ook dooien, is op dat gebied het wachtwoord.

Volgens de meest moderne natuurkundigen (en die zijn nog veel droger en nuchterder van natuur dan een loterijlijst), is het helemaal niet onmogelik, dat als je een mens levend verbrandt en de as naar alle windrichtingen verstrooit, al die molekulen en atomen of hoe ze heten mogen, elkaar weer eens tegenkomen en toevallig weer in dezelfde stand zouden geraken als vóór de branderij, zodat de betrokken meneer of juffrouw weer gezond en wel naar het laboratorium kon stappen, om zijn of haar „briefje" te presenteeren: „voor UEd. als proefkonijn gediend bij de Fenix-proef, item zoveel". Wetenschappelik gesproken is dat niet onmogelik, alleen maar een beetje onwaarschijnlik, maar wat maakt dat uit? De wer-' kelikheid is ook niet altijd waarschijnlik!

Sluiten