Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

met al haar eigenaardige Iuchttrillinkjes en lotgevallen van luchttrillinkjes erbij (want de levensgeschiedenis van een luchttrillinkje is nóóit afgeloopen: die strekt zich door alle ruimten en tijden uit)? Maar er is geen natuurkundige, die alles van Betsy weet, die er het rechte van weet! Neen, Betsy is een wonder, een onverklaard mysterie, dat zich in de nacht der eeuwigheden verliest zonder door éen sterveling geheel te zijn gekend, zonder door éen sterveling geheel te zijn verklaard, zonder door éen andere klokketik geheel te zijn herhaald, want er is maar éen Betsy geweest en er zal maar éen Betsy zijn, zolang er klokken tikken zullen: knap, die 't me opstrijdt.

Wat al die malligheid beduidt, vraagt u me? Wel, niet anders dan dit: dat iets verklaren wil zeggen: de overeenkomst ervan opmerken met wat anders, en je°ergens over verdonderen wil zeggen: het verschil ervan opmerken met wat anders, en voorts, dat uit die waarheid-als-een-koe vanzelf voortvloeit, dat alles wat geschiedt, tot op zekere hoogte verklaard kan worden, omdat het altijd enige overeenkomst heeft met wat anders en tegelijkertijd tot op zekere hoogte verwonderlik is, omdat 't van dat andere ook altijd enigszins verschilt. En verder beduidde die malligheid van zoeven, dat alle gepraat over wonderen-of-geen-wonderen zelf malligheid is, en het énkel zin heeft, erover te praten, wélk verschijnsel we met meerder of minder waarschijnlikheid kunnen verwachten. Er kiuipt een héél klein rupsje over mijn schrijfpapier en ik vind het veel waarschijnliker, dat dat mettertijd in een motje of een vlindertje veranderen zal, dan in een olifant, niet omdat dat laatste een wonder zou zijn en het eerste niet, maar omdat het laatste minder strookt met al wat ik zo al eens van olifanten en van motjes heb géhoord, dan het eerste: op de planeet Mars hebben die beesten misschien weer andere gewoonten, best mogelik. Een natuurwet is een door ons mensen opgemerkte overeenkomst tussen een aantal verschijnselen. Daar hebt ge nu mijn hele geloofsbelijdenis over wonderen en nietwonderen in klein bestek.

Hoe ik zo op dit chapiter gekomen ben? Wel, dat zit zo: van genoot ,,Anders" ontving ik een open brief, waarin hij mij stevig, maar tevens principieel bij de oren trekt om wat ik onlangs over geloof en wetenschap heb geschreven (en om nog iets anders, maar wat ik daarover te zeggen had, hebben de vaste „Tribune"-lezers Dinsdag j.1. al in de krant gevon-

Sluiten