Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62 8.

De Priester en de Leninist.

„De uitersten raken elkaar", zegt het spreekwoord, en van „eenheid van tegendelen" hoort men dikwijls gewagen, en wie zal het ontkennen, dat wat het scherpst en het felst tegenover elkaar staat, vaak de grootstmogelike overeenkomst in wezen en uitgangspunt vertoont? En omgekeerd: heeft de mens een erger vijand dan de mens? en is er feller en verbitterder strijd denkbaar dan tussen wie elkaar het naaste staan? Of moesten staan? Ik heb pas een mooi boek gelezen over de ontwikkeling van de mens vóór de geboorte, en me opnieuw verbaasd over de mogelikheid, dat uit zó gelijkvormige beginselen een zó grote verscheidenheid van vormen ontstaan kan: een menselike eicel en die van een vis, van een insekt zelfs, zijn in eerste aanleg nauweliks van elkaar te onderscheiden, en als het menschelik embryo zich eenmaal op herkenbare wijze gevormd heeft, dan heeft zich dat wonder (een natuurlik wonder en dus natuurlik een wonder!) steeds weer opnieuw op volkomen dezelfde wijze voltrokken. Maar twintig of dertig jaar later? Dan staan die gewezen embryo's met gebalde vuist of gevelde bajonet tegenover elkaar en de een herkent niets menseliks in de ander... Verschil in omstandigheden, in „maatschappelik zijn"? Goed, dat mag voor 'n kapitalisties er. een proletaries embryo gelden: die krijgen al 'n verschillend toilet, als ze nog geen uur het levenslicht of het levensduis'er ontwaard hebben, maar onze medeproletariërs uit het andere kamp, wat houdt die van ons af? De gelovige vooral, de roomse of de orthodoxe of de zionistiese proletariërs? Wier geestestaal wij niet verstaan en die de onze niet verstaan? Het zijn toch mensen! Niets menseliks kan hun vreemd zijn: hoe kan het kommunisme hun dan vreemd zijn?

Och, ik weet 't wel, een goed theoretiker moet voor al die spijkers 'n gat hebben, en er dadelik op los hameren, als er 'n plankje of 'n latje of 'n woordje of 'n lettertje van zijn plaats dreigt te raken, maar 'n goed praktikus moet daarbij toch altijd oppassen, dat ie z'n eigen kop of die van z'n kameraad niet dichtspijkert, is 't niet?

Hoe ik zo op dat ketterse praatje kom? Wel, door 'n heel

fi2

Sluiten