Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

B. TWEEERLEI WETENSCHAP.

Mijn opvatting omtrent de grondslagen van onze kommunistiese overtuiging en van onze kommunistiese strijdwil is door de partijleiding bij monde van kameraad de Vries ernstig bestreden en als on-marxisties veroordeeld. Tegen die uitspraak kom ik niet in verzet, omdat ik meen, dat het eindoordeel omtrent mijn geestelik zijn niet aan mijzelf, maar aan mijn strijdmakkers toekomt. Maar wèl meen ik het recht te hebben, een poging te doen4 mijn bedoeling nader te omlijnen, waar ik meen, dat die misverstaan is.

Ijk stel er evenwel prijs op, vóór ik daartoe overga, te getuigen van mijn grote en warme vreugde over die "bestrijding zelve, want zij was ernstig, krachtig en principieel, en naar een zodanige-bestrijding heb ik zolang ik in de partij ben, en dat is van de eerste dag van haar bestaan af, tevergeefs verlangd.

* * *

De Vries heeft mij misverstaan, als hij meent, dat ik in vragen, die door koel en berekenend verstand, door nauwgezette waarneming en zorgvuldige ontleding van begrippen opgelost kunnen worden, ook maar de geringste plaats zou willen toekennen aan intuïtie, gevoel of wil.

Ik meen integendeel, dat dit zowel in het algemeen menselike denkleven als in ons biezonder partijleven nog veel te veel geschiedt en aan gevoelsargumenten een waarde wordt toegekend, die hun niet toekomt, ja zelfs ben ik van oordeel, dat nóch Marx, nóch Lenin zich geheel aan die fout hebben kunnen onttrekken, hoe vlijmscherp en doordringend hun ontleeden hun waarnemingsvermogen ook warén. En ik ben overtuigd, dat wat ik éénmaal de wiskundige denkvorm genoemd heb, voor een verscherping en een ontwikkeling vatbaar is, die van grote invloed zal zijn op de gedachtestrijd, die naar mijn opvatting één der twee zijden van de klassestrijd uitmaakt.

Maar kameraad De Vries heeft mij niet misverstaan, als hij gevoelt, dat ik aan het verstand iedere rechtstreekse en voortstuwende invloed op de wil ontzeg en dat ik de eigenlike en diepste oorsprong van die wil niet in de wiskundige denkvorm maar ih de wisselwerking der menselike emoties zoek. Het verstand en de redenering kunnen eerst dan in werking treden, als de wil vaste vormen aanneemt en zich op bepaalde

Sluiten