Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

Tweede Dar: Zeg ons, wie hij is, o Ziener. Zeg ons zijn naam, opdat wij weten, en opdat het een ieder duidelijk worde, dat gij alle geheimen kent.

De Ziener: Hij is, die ik u zei. De wijste en de beste. Naar uiterlijk een dar, forsch, kloek tot scheppen bereid, in zijn hart een werkstertje, nederig, plichtgetrouw, toegewijd, en even wijs als het eeuwige licht, dat vanzelf komt en gaat en steeds zichzelf gelijk is. Zoo en zoo precies is hij onder u allen, die gekozen zal worden om zijn persoonlijkheid in de almoeder te verliezen.

Eerste Dar: Is dat alles wat ge ons te zeggen hebt, heilige Ziener?

De Ziener: Dat is alles, Meer te spreken zou beteekenen minder te zeggen. (Af).

Tweede Dar: Wat zeg jij ervan?

Eerste Dar: Het klinkt fijn, maar wijzer word je er niet door.

Tweede Dar: Het is een dwaas, maar hij zingt goed en als tijdpasseering is hij onbetaalbaar. Dar, ik verveel me.

Eerste Dar: Ik ook, dar, En ik heb een schrikbarenden honger.

Tweede Dar: Laat ons dan een werkster roepen, opdat ze ons voede. (Tot een voorbijgaande werkster) Hé zusje, schenk ons eens wat van je honing, heidehoning als het kan.

De Werkster: Domme dar, is er dan heidehoning in de lente?

Tweede Dar: Nou ja. brutaaltje, van die huishoudelijke zaken hebben wij nu eenmaal geen verstand.

De Werkster: Waarvan heb je wel verstand, dar? Van alles waar je niet van leven kunt?

Tweede Dar: Wil je stil zijn. kleine heks! (Tot den ander) Is ze niet waard een koningin te zijn? Een altijdmaagdelijke moeder?

De Werkster: Zal je voor ons zingen, dar?

Tweede Dar: Zeker kind, als je ons lekkere honing schenkt, veel lekkere honing, (al drinkende) dan zullen we zeker eens voor je zingen.

(Ze geven de schaal terug, schenkster af).

Eerste Dar: Een schat....

Tweede Dar: Als ik naar zoon schepseltje kijk, krijg ik

Sluiten