Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

Eer s t e Dar (slaat de handen van verbazing ineen): Heilige Zon!

Een Wacht (die het heeft bijgewoond): Bij de vuurroode Papaver, zooiets heb ik nog nooit gehoord.

Koor der Werksters:

Zoeme, zoeme, zoeme, Honing van de bloemen, Stuifmeel geel en Stuifmeel rood. Dat is 't rechte bijenbrood.

(Plotseling stormen twee werkstertjes naar buiten, blijven op het bordes staan en steken de wijsvinger omhoog als om te doen luisteren).

De twee Werksterjes: Luistert!

(Alles luistert: de wacht in de poort, de dar op zijn stoel, de werksters, hier en daar, met hun gouden schalen en roode en gele baaltjes meel. Diep uit den korf klinkt een zacht geklaag, het tu—ta—tu van de jonge koningin, die nog niet uit haar cel durft treden).

De twee Werksters: Hoor jullie het?

Allen: Heil de jonge koningin!

Doek.

III.

(Avond, voor den korf. De papavers, fel-rood, hebben zich gesloten. Bleek maanlicht vloeit over het gras, den wortel, de donkere heide. T. D„ moeizaam, nadert den ingang, waar de wachter hem in den weg treedt).

Tweede Dar: (smeekend) Laat me binnen, wachter.

W achter: Er is hier geen toegang voor vreemdelingen ... (hautain) mijnheer!

Tweede Dar; Ik ben geen vreemdeling, wachter, ik ben van den korf.

Wachter: (zich omdraaiend) Ik heb u nooit gezien.

Sluiten