Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

van me. Waarschijnlijk denkt hij aan de vele malen, dat ik hem enkel opzocht om geld van hem te leenen. Maar als we even doorpraten, begint hij zacht te lachen. Hij kijkt me tersluiks aan, bijna verlegen, en zegt, dat ik veranderd ben. Ik heb een gevoel, dat hij me nu veel geld zou willen leenen, als hij kon en ik het hebben wou. Zou ik werkelijk iets van de wijdheid en het licht van de hei hebben meegebracht? Als we afscheid nemen, spreekt hij de hoop uit, dat ik nu eindelijk de ernst van het leven zal leeren begrijpen. Ik antwoord hem iets over „Wijmoedigheid" en we scheiden als vrienden, die elkaar veel nebben ontmoet, doch elkaar nü eerst hebben gezien. Niet te veel idealisme!

De kerk, die ik binnen ga, ook al ben ik niet Roomsch, in het verlangen nóch dichter bij Hem te zijn, geeft het mij niet. Knielen is goed. Men moet beginnen met te knielen, maar het bidden in daden is beter.

Zoo zit ik nu weer in het Leesmuseum aan het breeë, lichte Rokin, in een zaal waar allé stille aandacht is voor de dingen van het leven, zooals ze in boeken en tijdschriften door een rustelooze tijd zijn geformuleerd. Zullen de kranten me weer zóo gaan interesseeren?

Ik heb grooter waarheden gevonden, en zelfs een juister kijk gekregen door ze een tijdlang niet te lezen.

Voor het krantenrek trof ik R., zenuwachtig en gejaagd, slordig gestrikt dasje, een versleten collegemap onder een van zijn magere armpjes. Om zich heen een sfeer van idealistische verwaarloozing. Hij sprak me dadelijk over zijn laatste werk, een Faust-cyclus, over een subsidie, die hij had gekregen, over zijn Italiaansche vertalingen. Toen vroeg hij me naar denaard van mijn ziekte en onwillekeurig formuleerde ik die aldus:

„Gebrek aan vertrouwen. Een al te eenzijdige verstandelijkheid". En als om het geval een meer algemeene waarde te geven, voegde ik erbij „de fout, waar over 't geheel onze tijd aan laboreert."

Hij schrok, bevreemd, en ging zich snel begraven in de laatste Mercure de France.

Vanmiddag of morgen zal ik Mien ontmoeten. Ik wacht alles gelaten af, en zal trachten luisterend te doen. Dan is het goed zooals het komt.

Sluiten