Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

1 Juli (in den namiddag). — Ik voel me als herboren. En een radeloosheid is in me, wat met dit leven te doen. Moest ik daèrvoor vrij worden van alle begeerte om daarna niet meer te weten hoe ik leven zal?

Ik zou willen doorgaan dit dagboek te schrijven, stil in een dood hoekje van een of ander huis, en de wereld vergeten. Maar ik zal eerst moeten leven voor iker verslag van kan doen. En leven alleen om een dagboek te kunnen vullen (het eenig tastbare doel, dat ik op het oogenblik voor me zie), is evenzeer onmogelijke dwaasheid.

Had ik nog maar mijn begeerten, die me vroeger zoo fel deden leven, gedachteloos en zoo gemakkelijk I Het is niet die begeerte zelf meer, die me soms verlangend doet uitzien naar wat voor het vleesch begeerlijk is. Het is het verlangen naar een verlangen, om er een leeg en vreemd bestaan mee te vullen.

Zal ik trouwen, denk ik soms, ook waar ik nog niet weet of in deze nieuwe sfeer mijn liefde voor M. groot genoeg is?

Ik heb haar getelegrafeerd en wacht nu af, of het leven zal komen om me te grijpen en me te doen vergeten, dat ik leven moet.

Nu dwaal ik langs de straten. De menschen kijken mij aan. Waarom? Ik voel het als een troost. Vroeger keken ze me ook aan. toen waarschijnlijk om de brutale levensbegeerte, die ze lazen in mijn oogen. Wat is er nü te lezen?

Ik denk niet meer. En als gewoonlijk komt daarin de oplossing : de overgave. Ik weet, dat Hij hen, die zich door Hem laten leiden tot heerlijke dingen voert. En ik wil tot hen behooren, tot heerlijke dingen worden gevoerd. En stil zijn. Maar °' wat iS t*eze st^te 1109 zwaar« waar v<>or haar drempel de radeloosheid loert. Soms lijkt het mij beter aan je begeerten te gronde te gaan, dan begeerteloos het eeuwige leven te bezitten.

Ik ben in waarheid herboren: alles van dit leven, dat ik toch heb afgegraasd, waarvan ik heb geschrokt als een onverzadelijke, is me nieuw en bijzonder.

Zal ik nog eens gelukkig worden, en blijvend rustig ? Ik weet, dat het leven arbeid en liefde is. Vooral liefde, En beiden zijn me vreemd. Zullen ze voor me komen en me voldoende boeien, zoodat Uc nog méér in ze zal kunnen zien dan alleen een geneesmiddel voor mijn levens-leegte?

Ik geloof, als M. er maar geweest is, zal ik méér weten.

3

Sluiten