Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35

Maar iets later, als we ergens rustig zitten en ze eenoogenblik zwijgt, moe van het vertellen, verandert er toch iets, langzaam aan.

Ik begin te spreken, omdat ik voel, dat het moet. Ik zeg haar, dat we, om te trouwen, wel héél zeker moeten weten, dat onze hefde sterk genoeg is. En dat is het juist, wat we niet meer weten, zij niet en ik niet. We hebben tè veel samen beleerd.

Stel, dat we elkaar liefhadden toen we, jaren geleden, onzen strijd begonnen, dan hebben we tè dikwijls het tegendeel beweerd, om er nu nog heel zeker van te zijn. En hadden we elkaar in waarheid niet zoo lief als dat voor een verbintenis voor het leven noodig is, dan hebben we te roekeloos en te langdurig onze v?7 9 "9cïdealiseerd" om ook dat, nu nog. zeker te weten. We weten het niet, maar al pratende bemerk ik, dat Mien al mijn oude lasten draagt, al die somberheden waarvan ikzelf nu bijna verlost ben. Ze zegt me, dat ze zich oud voelt en gedrukt, dat ze niet weet wat met het leven te beginnen, dat ze zich wel eens verbeeld, dat, als ik haar mocht verlaten, ze alleen maar verder zou kunnen leven op de gedachte: over een paar jaar zal ik hem weer ontmoeten en trotsch tegen hem kunnen zeggen: zie je, dat ik je niet noodig heb: twéé volle jaren heb ik zonder je geleefd! En ik vind de kracht haar te zeggen, dat het er niet op aankomt, wat ze voor een ander schijnt, zelfs niet voor mij, doch wat ze zelf, en op dit oogenblik, is. We hebben te dikwijls, zeg ik haar. het oogenblik van rieden, waarin we bij elkaar zaten, vaak in een omgeving als deze, verzuimd, door te denken aan wat was en te wroeten in een toekomst, die niet in onze hand ligt. Wat geeft het, of we zeggen: morgen zullen we een huis huren en ons installeeren, als vanavond het Lot komt en ons alles uit handen slaat. We hebben te leeren het oogenblik te leven, zooals het ons gegeven wordt, m al zijn glorie en rijkdom en milde liefde, dat oogenblik, dat niemand ons ontnemen kan.

Ik weet niet, hoe ik haar dit alles verder moet zeggen, zonder ui de terminologie van bepaalde menschen te vervallen, waarvan ze te zeer de uiterlijke onvolkomenheden verwerpt om de waarachtigheid in hun woorden nog te kunnen hooren. Maar hetis blijkbaar niet noodig me hierover ongerust te maken: er is iets tusschen ons opgetrokken, dat ons totnogtoe scheidde,

Sluiten