Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45

Het eigenaardige van Ferdo (en hier is de schrijver weer

„direkt" aan het woord) is, dat ie Enfin, hijzelf zegt het

anders: hij moet eerst een 2 mille hebben om alles wat ie in zijn zwervers-bestaan heeft verzameld in een soort über-burgerlijke rust te kunnen verwerken: papier, pennen, verf, kanvas, radeermesjes, een vleugel, een schrijfbureau, een bibliotheek, een huisknecht, een auto, een smoking, sigaretten, dat alles kost geld. Zonder geld kun je niet werken.

En dus, al observeerende, eiken dag rijker, trachten we aan geld te komen. Maar de menschen, al „gelooven" ze ook in hem, geven niet meer dan tien gulden, die juist voldoende zijn om te leven tot de volgende tien. Wat is dat toch ellendig. Als het je niet zoo'n menschenkennis verschafte en als je ze niet zoo heerlijk kon parodieeren, die burgertjes in hun huiskamers met hun armzalig geef-gebaar, dan zou je ook geen geld meer gaan leenen. En wat moest de wereld dan?

We moeten 2 mille hebben. Dan zal God plezier van hem beleven. Dan vestigt ie zich in Parijs, schrijft er zijn boek (de synthese van de „lijstjes"), maakt zijn composities toonbaar, stuurt ze naar New-York, waar ze zullen worden uitgevoerd „waarschijnlijk alleen al, omdat ze veel lijken op Beethovenmuziek" (dat „veel lijken" moet op een bijzondere manier worden uitgesproken, maar dat is alleen voor de fijnproevers), dan zal hij zelf het concert gaan dirigeeren, terug in Parijs, eenige duizenden dollars rijker, zelf een expositie van zijn schilderijen arrangeeren en zijn synthetische bloemstudies, en Normandische schetsen, die hij al op zink etste, doen uitgeven: vier composities op perkament in een map, en dan ... en dan. ..

Hij wandelt op de toppen van het leven. En soms houd ik mijn hart vast.

Sluiten