Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WAARACHTIGE BOHÉMIEN IX.

Jk wil probeeren nog wat zonder jaloezie over hem te denken. Dat is moeilijk. Alle getrouwde mannen voelen zich opeens de slachtoffers van dat wat hun even te voren nog het hoogste geluk scheen, als ze dezen zoogenaamd vrije, cynisch (maar nooit liefdeloos), altijd toegespitst op paradoxen en hekelende formules voor wat zich maar eenigszins in een vorm heeft vastgelegd (en dus houvast geeft), door het leven zien flaneeren. En niet alleen flaneeren. Dat wat hun pas helsch maakt, is, dat hij bij dit zoo benijde bestaan kan werken en tastbare dingen doen waartoe hun braafheid en plichtgetrouwheid hen zeker wel nooit zal inspireeren.

Ze trachten dan hun meerderheid te verdedigen. Maar hij is zoo glad als een aal.

Als b.v. een gezeten medicus, wetend, dat F. de diepste bewondering bleef koesteren voor al wat wetenschap is, hem goedig beklaagt dat hij zijn studies dan toch maar niet heeft afgemaakt, antwoordt ie met een staal, gezicht, dat hij binnen enkele jaren aan de Sorbonne hoopt te promoveeren. En het ergste voor den doctor, die Ferdo's aanleg in deze richting kan taxeer en (zonder dan ook maar iets diepér in dat leven te kunnen zien) is, dat hij onmiddellijk gelooft, dat zooiets mogelijk is.

Hij grijpt dus naar zijn eenig overblijvende meerderheid, zijn beter gevulde portemonnaie (wat drommel, je hebt toch niet voor niks snel afgestudeerd en je zoo voordeelig mogelijk gevestigd) en zegt met een toegeeflijk knikje: „o ja, als je er het geld voor hebt, zou dat héél aardig zijn". Maar de man weet niet wat hem te wachten staat, want Ferdo neemt nog wat van 's dokters thee of koekjes, of, als hij te dineeren is, nog een klein stukje pudding, en zegt, dat ie dat gaat betalen met de opbrengst van zijn schilderijen. Ik geloof, dat doctoren op zoo'n oogenblik alle wetenschap, die in hun hoofd is

Sluiten