Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

geborgen, zonder verdere égards eenvoudig waardeloos vinden.

Zijn theorieën over het huwelijk zijn natuurlijk zoo frisch en zoo geestig als iemand, die de praktijk niet kent (hoogstens heeft ie de praktijk wel eens gespeeld) ze maar hebben kan. Hij is als een frissche wind in de in eigen zwaarwichtigheid verzonken Hollandsche minnerij.

Als de vrouw boudeert en te bed ligt en de man, terugboudeerend (liefdesspel noemen ze dat hier in het vergeestelijkte Noorden), in zelfpijniging een luchtige onverschilligheid speelt (een conflikt, dat dagen kan duren) stuurt Ferdo, de huisvriend, hem naar haar toe: „je moet 'er vragen of ze thee komt drinken" —» Maar ze ligt al in bed. — „Juist dan .... een vrouw vindt het heerlijk om voor een kopje thee uit bed te worden gehaald: ga nou maar, maar praat niet te veel

En dan gaat de man, en als het vrouwtje nog na-boudeerend (ook dat is nog altijd het „liefde-spel") een beetje houterig en mokkend zich op de divan zet, legt hij haar voorzichtig recht en dekt haar toe, en gaat thee zetten en zegt onderwijl, dat „hij" eens zoo'n aardig blousje voor „haar" moest koopen als ze in het Louvre hebben, dat ze noodzakelijk naar Parijs moesten komen

' En als ie over Parijs begint, is ie voorloopig niet uitgepraat.

Hij memoreert een morgen, dat hij wakker werd en dacht: vandaag ga ik eens naar Versailles, en dwaalde tot den avond door de parken en langs de rose paleizen. En 's avonds ging ie naar een of andere music-hall, of vond op de boulevard het meisje, dat wel eens „zooals je weet", bij hem logeerde (dit „logeerde" is weer alleen voor de fijnproevers). En als ze er niet was, och, dan dacht hij: ze zou er dan morgen wel zijn....

Er komt een opluchting in het huis waarin de lucht zwaar is van geweten liefde.

Alleen de man, die meent, dat ie zijn positie tegenover de vrouw moet ophouden, wil er nog niet aan. Zegt zooiets als „dat het allemaal maar makkelijk is, als je er buiten staat.... en zelf geen slachtoffer bent.. .." En het vrouwtje lacht maar.

Dat is niet prettig voor je, als je vrouw zoo lacht. En je kan je ineens indenken waarom de meeste fatsoenlijken dezen flaneur verwenschen. Maar als zij, zoodra Ferdo weg is (ergens heen op de wije wereld) je hoofd in haar handen neemt, en zegt, dat ze bij elk woord wat bij zei méér van je hield, en ze je dan

Sluiten