Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62

als ik haar dan zeg, dat voor mij het huwelijk een opgaan is, waarna je niet meer schept vanuit je eenzaam zelf, maar, na de vereeniging, uit een rustige, harmonische twee-eenheid, dan schrikt ze.

Ze kan alles begrijpen. Ze is zoo wijs, zoo wijs. Maar met mij, haar meester zal ze dat nooit kunnen realiseeren. O, kon ze toch een lieve, eenvoudige man vinden, dien zij zou vermogen op te voeren tot de hoogte waarop ze dan, al gevend, in waarheid zou komen te staan.

Maar is dat mogelijk, nu nog zoo te praten, zonder dat onze harten gaan breken?

Ik heb gedacht, gedacht, gisteren toen ik naar den Haag ging om een kontrakt voor ons beiden te teekenen, een verbintenis voor Indië, ik heb gedacht tot er een band om mijn hersens lag en ik niet meer denken kon, en ik maar tot mezelf zei, zinneloos en zonder ophouden: kijk eens wat een mooie wei en wat een heerlijke herfstkleuren!

En ik teekende het kontrakt nog niet en hield een slag om den arm, en, teruggaande, zei ik, om niet waanzinnig te worden, maar tot mezelf; kijk toch eens wat een mooie maan.... En ik keek maar al naar die maan en dacht nog steeds, dat ik niet dacht, toen ik, via „maanziek", „lunatic", al lang weer diep in de ellende zat van overwegingen en argumenten, die ons toch niet zullen verlossen.

En thuis zat Ferdo en praatte (de lieve jongen deed het voor ons) nog eens zooveel als anders. Maar ik dacht: laat ie niet zoo doceeren. Als ie zegt, dat ie heerlijk geroeid heeft, bedoelt ie toch maar; Zie jullie, ongelukkigen, die hier op een Amsterdamsche zolderkamer jullie leventjes verpraat, roeien kan ik óók .... enne.... En als ie dan over Chineesche kunst praat, bedoelt ie toch alleen maar: Als je nou dacht, dat dat jóuw specialiteit was en je je daarin mijn meerdere kan voelen, dat weet ik ook, en heb ik óók lief, zooals ik het heele leven liefheb, o stumperds ....

Arme Ferdo, die ik om een waanzinnige jalouzie zoo verkeerd beoordeel, arme lieveling, die ik maar blijf vasthouden in de greep van mijn zinnen'ooze ... mijn zinnelooze wat?... Ik denk niet aan haar, zegt Ferdo, maar alleen aan de illusie van onze verhouding. En ook hij zegt, dat ik bang voor een waarachtige liefde ben.

En zij beweert, dat als ik haar liefhad, ik verder niets zou

Sluiten