Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KERSTMUZIEK.

Fantasie van een Winteravond.

Aan „de Bohemers".

Midden in een hooge donkere kerk, die ongetwijfeld gevuld is met een luisterende menigte, zitten, voor het orgel, vier muzikanten en spelen een kwartet van Schubert. In het gouden wuivende licht van de enkele kaarsen, die naast hun lezenaars zijn gezet, gaan hun strijkstokken als felwitte flitsen of dansen luchtigjes bij de pizzicatos. Het scherzo is ingezet als een bruiloftsdans, maar ijler en lichter, véél ijler en lichter, en nu verdroomt. het geheel bij gebrek aan levenskracht of uit sympathie voor hoogere sferen. De koppen der spelers vallen opzij en het licht vluchtigt over hun onbewogen trekken. En de kerk is zoo stil en licht-in-zwart, en zóóver droomt het snarenspel alle levenden weg, dat het al geen werkelijkheid meer is.

Toen werden de zielen der spelers in den Hemel opgenomen en hun lichamen verstrakten tot de starheid van hun onbespeelde violen.

En het werd Kerstnacht, veel honderden jaren later, en de kerk, zonder eenig begrip van tijd, staat daar droomerig leeg met veel banken en stoelen, en de vier beelden der muzikanten dragen koperen platen met hun namen erop. *

Ze is een bezienswaardigheid, deze oude kapel, en de koster, die de zware hoofddeuren met veel lawijt van rammelende sleutels en schurende scharnieren heeft opengemaakt, gaat het zooveelste dozijn bezoekers vooraf. Hij wrijft zich knusjes in de handen en is een en al woordenrijkheid.

De koster: Nou, u treft het nog nét, dat ik nog niet eten ben. Vanavond is er immers dienst, vanwege de Kerstmis, en dan magge d'r na zessen geen bezoekers meer in.

De Miss (met den gids): Is this

Her companion: Yes,it is. A very picturesqueoldbuilding. The Miss: Baedeker tells.... But after all they are só much the same, these old churches.

Sluiten