Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

85

De koster: Willen de dames en heeren nog de sacristie zien? Daar is tevens de uitgang.

The Miss: No, no . ... Not in the tower ....

The companion: There is no tower .... He'11 show you the way out

Ze gaan weg en laten de kapel in het schemerlicht van twee wuivende gouden kaarsvlammen. De twaalfde bezoeker echter, die een jong dichtertje is zonder eenigen naam of aanzien, aarzelt bij de deur en trekt zich dan schielijk en ongemerkt in een van de hooge banken terug. En zóo stil en heht-in-zwart wordt weer de kapel, die daar al eeuwen en eeuwen droomde, van Kerstmis tot Kerstmis, in een zalige onbewustheid van den tijd, en zoo licht en hoopvol is het hart van den dichter, die niets ter wereld bezit en dus gemakkelijk de stof kan ontvluchten, dat het al geen werkelijkheid meer was.

En het wuivende licht van de kaarsen speelde over de trekken der muzikanten, die zich ontspanden, en over de violen, die gingen leven, en als voor eeuwen deinden de witte stokken weer en dansten op de pizzicatos en het werd heel even weer een dans, schoon ijler en lichter.

Toen kwam de koster terug en schrok zich een ongeluk bij het zien van dien stillen bezoeker in de bank. Hij was bijna zoo onchristelijk aan een spookverschijning te denken, maar gelukkig wendde het gelukzalig gezicht van den jongen man zich vragend naar hem toe, en zoo vond hij moed om te zeggen: Hm, hm ... 't Is sluiten, meneer....

Maar de jonge man gaf geen antwoord en stond niet op, hij keek door den koster heen, en, gedragen door het spel van de vier steenen muzikanten, voelde hij zich licht als een levenlooze.

Hm, zei de koster....

Ziet u, er is dienst vanavond.... Wat zegt u ?

Maar de jongen zei niets. Toen werd de koster boos en tikte dien vreemden indringer op zijn schouder.

Kom meneer. Ik kan hier niet eeuwig op u wachten

Maar de jongen ging niet weg, en toen de koster hem nog eens, hardhandiger, op zijn schouder klopte, gaf hij hem alleen een oorveeg, en keek toen weer in de ruimte.

De dienaar der kerk was hierdoor zöö verschrikt, dat hij, bevende over al zijn leden, eerst niet wist wat te doen. Het liefst had hij zijn toevlucht gezocht bij den dominee en den

Sluiten