Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE LIEFDE X.

I.

Twee dagen en twee nachten heb ik haar opgepast, terwijl ze ziek was en zich niet bewegen mocht. Dat gaf me de gelegenheid haar eens te leeren wat nu eigenlijk devotie en plichtsbetrachting en al die fraaiigheden méér zijn. Hoop tff* dat ik door dit nieuwe sublieme voorbeeld haar ook dat weer voorgoed heb tegengemaakt.

Toen ik na al deze afmattende drukte van emmers en kommen en glazen en pannen en petroleumstellen en warmwaterkruiken, en al wat er nog meer te pas komt bij een maaglijderes in de armzalige omstandigheden waarin wij nu eenmaal verkeeren, een halfuurtje was uit-geweest en met een bezwaard hart weer de trap op' kwam hollen, riep ze me al uit de verte toe, dat ze (let wel, dat ik haar dienzelfden morgen nog met zorg had verbed en gewasschen) rechtop had gestaan, enzoovoort. En ze lachte erbij met een uitbundigheid, die ik in al die dagen niet van haar had gezien.

Dat is dus de vreugde in het huwelijk: puur verzet tegen den ander. En is niet ons heele zijn (zonder meer) in deze meest waarachtige en meest onmeedoogende werkelijkheid, een zijn uit oppositie? Verzet, en dan ook aanvulling? Weerstand en leering ?

Ik aanvaard het als zoodanig.

En zij beweert, dat ze er niets mee te maken heeft.

En, och ja, ook dat wil ik wel erkennen: de rots waartegen ik me heb te pletter geloopen om in waarheid van mezelf te worden bevrijd, die rots van liefde zonder erbarmen heeft met dit alles niets te maken. Ik ben het, die uitvlieg uit het nest van mijn vernietiging, op de vleugels van mijn eenzame fantasie. Ik vlieg de wereld om, en nog eens en nog eens, en, beu van het eenzaam jagen, worden mijn vluchten kleiner, mijn cirkels korter. Dan, moe en uitgeput, cirkel ik weer om het nest, om het kleine poortje waardoor ik alleen zonder vleugels kan

Sluiten