Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

93

te weten, dat het de zorgzame zieltjes der klaprozen uit het dal waren, die mijn schreden van den duisteren afgrond wendden, en dat de blauwe vogels mij in essentie omwiekten en mij wezen den veiligsten weg.

Ik lette niet op hen, ik verstond hun taal niet meer. Slechts mijn ziel in angst, plots vóór het bodemloos ravijn, op een oogenblik, dat het lichaam, krachteloos, verstomde, of mijn hart in wanhoop, als het alles te mislukken scheen, konden soms verstaan. Maar, al ging ik naar hun raad, ik wist niet wie tot mij gesproken had. En dat was maar goed. Want drommels, wie zou ooit den top bereiken, die al kende de wijsheid der bergen en der dalen en die wist al wat ik weet?

Schenk mij den wijn uit uw kruiken, o schoone dochters van den berg, den wijn, die niet laaft, maar dorstig maakt, en kus ons, uw helden, met kussen, die niet verzadigen maar tot waanzin zweepen. Kus onsl Er is maar één berg, er is maar één top. Eéns zal ik dien bereiken en .... zalig zijn!

Kus onsl Ik weet, dat je kussen bedwelmen en je omarming verzwakt. Ik weet, dat je mij verdooft en tot rusten en drinken dwingt. Ik weet het 1 Maar ik heb de kracht te vallen en weer op te staan. Ik wil genieten, héél dezen tocht ter zonne, en ik heb het geloof in den top, in den bloedrooden top, hoog hoog boven alle toppen der wereld, dat alle genot voor mij betaalt. Ik zwelg, en mijn geloof is onuitputtelijk.

En nu sta ik op de spits der wereld. Alle gevaren heb ik gekend, alle lusten heb ik geleden, alle bloemen geplukt. Allen wijn heb ik gedronken en alle wegen ben ik gegaan. De goden hebben mij gespaard, en de zieltjes van mijn bloemen uit den Tuin der Jeugd hebben mij geleid. Wee, wee mij! Was ik liever op den weg bezweken. Dan had ik dit alles niet geweten, dan had ik dit alles niet gezien.

Rondom ligt de wereld, alle landen, alle menschen: klimmend, rustend, werkend, biddend. Onder mij ligt de berg waarvan ik alle geheimen ken: de berg heeft geen andere geheimen meer; geen ravijnen, die ik niet heb gepeild, geen beek waarin ik mij niet heb gewasschen, geen boom waaronder ik niet heb gerust. En boven mij, boven mij is nog slechts de hemel, niets dan hemel. En ik kan niet meer stijgen. Ik ben alléén op een top, die de allerhoogste der wereld is. Ik gaf mijn kracht om

Sluiten