Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

«ót hier te komen. Ik gaf mijn droomen voor deze zekerheid, mijn stil geluk voor zijn bloedige trots, mijn bloeiende laagte voor zijn naakte hoogheid.

En nu sta ik hier verloren. Och, waren nu mijn bloemen hier. ze zouden tot mij spreken. Maar als zij er waren en tot mij spraken, zou ik ze niet verstaan! Wat ik versta, koning van dit leven, dat is de taal dezer wereld, die door mij is genoten, geheel en al, tot op den bodem, tot op de hoogste spits!

Wat verder? God, wat nu? Ik, die in wilde jacht tot op den top ben gesneld, ik kan toch niet rusten. Ik, die at van 't leven, dat vóór mij lag, ik kan toch niet ontberen op deze plaats, waar niets meer bovenligt als een hemel, strak en sprakeloos.

Toen sprak de vuurgeest tot mijn ziel, ontvankelijk in dit uur van wanhoop: Daal!

Dalen: waarheen? Is het naar nieuwe werelden? Dalen: waarom? Om het leven nog schooner, nog voller, nog naderbij te zien?

Daal I zei alleen de vuurgeest. Als je niet verbranden wilt. Er rest je nog de helft van een leven, genoeg om te gaan van hier tot je graf in het dal, genoeg om te zien met de oogen van een, die schouwt over den tijd, alle voetstappen, die je stijgend hebt gezet.

En ik daalde, niet omdat ik zelve ging, maar omdat het moest. Ik ademde, niet in vreugde, maar omdat het moest. Ik at, ik sliep, ik nam van de wereld wat ik al zoo ruimschoots kende, niet omdat ik begeerde en het mij vreugde schonk, maar opdat ik éen oogenblik vergeten zou, dat mijn eigen leven had gedaan, dat ik voortaan willoos geleefd zou worden, tot in mijn dood, die de vernietiging is van stof en geest

••Voel je één met dit alles, en je zult je onvernietigbaar weten", fluisterden toen de papaverzieltjes, en ik verstond ze omdat de wanhoop mij open had gemaakt naar binnen. Maar ik joeg ze weg. Én dronk méér van den wijn, die niet verzadigt, en daalde, omdat het moest, moeizamer nog. Daalde tot mijn graf in het dal, dat het einde van alles is.

Ze zeggen er is een steen der wijzen, er is een kristal, waarin men zichzelf vergeten kan. Ze zeggen er is een ziel voor iéder, waarin men in vreugde anchzelf kan verliezen, waarin men zich graag verliest, ook hij, die al over den top is heengegaan

Ik kan het mij haast niet denken. Is ze er ook voor mij, die

Sluiten