Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TEMPELGANG.

(Vader Nous, moeder Psyche en de kleine Anthcopinos).

Het Kind: Vader, wat is het Leven? De Vader: Het Leven, mijn zoon, is een leerschool zonder einde. Het Kind: En wat leert het ons, Vader ? De Vader: Het leert ons goed te zijn, mijn kind. Het Kind: Wat is dat, goed zijn, mijn Vader? De Vader: Goed zijn, o Anthropinos, dat is veel, en heel moeilijk te vatten. Het is voorzichtig zijn maar niet tè voorzichtig, het is durven maar niet al te zéér, het is vertrouwen maar niet op iedereen, het is denken maar niet altijd, het is droomen maar niet alléén.... het is berekenen en falen, het is trachten en mistasten, het is bouwen en breken om weer opnieuw te bouwen... Het Kind: Is dat het Leven, moeder? De M.oeder: Al wat je vader zegt is waar, mijn lieve zoon, want zijn hart is zoo zuiver als het water uit de bron.

Het Kind: Dan zal ik het zoo probeeren.... Zeg mij, o vader, hoe kom ik in gindschen tempel waarin'ik me voor God wil verootmoedigen? Hoe kom ik er, op goede wijze? Want ik wil de les van het Leven goed verstaan: Voorzichtig wil ik gaan opdat mijn voet, die zich naar de tempel rept geen onschuldige kleine diertjes op de weg vertrapt, maar ook niet tè voorzichtig zoodat ik voor de tempel zou komen als de deuren al lang voor den nacht gesloten zijn. De weg is moeilijk, steil bergopwaarts met veel verborgen ravijnen, maar ik zal moedig zijn, doch ook niet overmoedig, want dan zou ik kunnen storten in een van de vele afgronden en de tempel nooit meer bereiken. Hoe zal ik zoo omzichtig kunnen gaan, dat ik zéker de tempel bereik ? Want als ik negen passen met omzichtigheid heb gedaan en de tiende overhaast, zal die tiende pas er dan niet een in een afgrond zijn ? Maar ik wil vertrouwen op de menschen, die de weg in den berg hebben gehouwen en die zijn aangesteld om de ravijnen te overbruggen en voor de verborgen kloven te

Sluiten