Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

waarschuwen. Maar ook niet tè veel zal ik vertrouwen, want leert het Leven niet zelf, dat te veel vertrouwen ons in de macht van den duivel kan doen vallen? Negen menschen kan men veilig vertrouwen, doch de tiende, schijnbaar aan hen gelijk, kan Satan zelf zijn. Doch ook de eerste, die ik tegenkom op de weg naar den Tempel kan de Booze zijn, en hoe zal ik dus ooit één mensch vertrouwen gelijk het Leven ons leert, en toch zeker zijn, dat ik den Tempel bereik? — Vader, vader, ik durf niet te gaan. Geen stap kan ik doen, geen mensch kan ik vertrouwen.

De Moeder: Ga toch mijn kind. De Tempel is zoo licht en hoogl

Het Kind: Hoe zal ik gaan, mijn Moeder, als mijn eerste schrede al in een afgrond kan zijn en mijn eerste vertrouwen in den Booze? Het Leven is niet te leven. Het is te moeilijk.

De Moeder: Mijn arm, lief kind, je eerste schrede zal een stap tot den Tempel op den Berg zijn.

Het Kind: Ja, mijn moeder. Maar dan?

De Moeder: Ik weet het niet, mijn kind. Het zal een schrede tot den Tempel zijn. En als het goed is, zul je er nog een zetten, en nog een....

Het Kind: Vélen, moeder ?...

De Moeder: Duizend, mijn kind En nu zal ik je van

den Tempel vertellen, waar alles wit is, marmer en zilver en kristal uit verre landen, uit alle deelen van de wereld. En in het marmer, mijn kleine Anthropinos zul je nog de beelden vinden van boomen en varens, die het met hun lichamen hebben gebouwd, en in het zilver van de klokken en de ornamenten zul je nog de gezichten weerspiegeld zien van hen, die het smeedden met hun leven, en in de kristallen van de lamp in het Godshuis zullen de oogen je aanblikken van al de millioenen menschen, wier hartsverlangen in die briljanten en smaragden, in die edele saphieren en topazen is gekristalliseerd.

Het Kind: O mijn Moeder, waar zijn we?

De Moeder: We zijn in den Tempel, mijn Kind.

Jan. '22.

Sluiten