Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

111

Af en toe roepen de roeiers waar een echo is. Dan, heel ver af, strijkt ze langs een kust, waar boomen zijn, en wordt er één mee. Even is daar nog beweeg van menschen, die aan land gaan, dan is het ook daar weer stil, roerloos,

En nu, over Berchtesgaden naar Beierens hoofdstad. In de express, die ik in Freilassig krijg, maak ik kennis met een bekend Beiersch schrijver, professor in de filosofie. Van de vele wetenswaardige dingen, die hij me in den loop van ons geanimeerd gesprek toevertrouwde, wil ik hier enkele overbrengen.

De Duitschers in het algemeen, aldus mijn vriendelijke reisgezel, zijn rijker dan vóór den oorlog. Van het loon, dat een arbeider tegenwoordig verdient, kan hij sparen, vroeger niet. Aldus leeft bijna iedereen, met uitzondering van de kleine renteniertjes, die met een inkomen van 4000 M., dat vóór den oorlog voldoende was, niet meer toekomen, beter dan vroeger. Waren de geallieerden, en speciaal Frankrijk, bescheidener in hun eischen, dan zou, volgens mijn geleerde, elke Duitscher er gaarne gedurende een of twee jaar een deel van zijn loon aan geven om de krijgsschuld snel af te betalen. Bij de huidige onmatige eischen denkt niemand daar echter aan, en elk Duitsch kind leert al op school Frankrijk haten.

De rijksregeering is lang niet energiek genoeg, en speciaal de Beieren, wier economische toestand bovendien nog zooveel beter is dan die van het overige Duitschland, schamen zich ervoor zich Duitschers te noemen. Aldus keert Beieren zich af, en wel reeds in die mate, dat de „Duitschers" in Beieren als vreemdelingen worden behandeld, een officieele toestemming behoeven voor een verblijf binnen de Beiersche landsgrenzen en daarvoor het niet geringe „Staatsgebühr" hebben te betalen (750 Mark).

Intusschen zijn de Beieren ook over hun eigen regeering niet te spreken. En waarom men dan geen betere krachten aan het bewind zet? Wel, aldus professor na eenig aarzelen, dat komt omdat die mannen te goed zijn voor dezen regeeringsvorm. Men wacht slechts tot de monarchie hersteld is, en dan (en hier komt een leelijke aap uit professor's mouw) dan zal men óók afrekenen met de Joden, „die zooveel van de economische ontwrichting van Duitschland. op hun geweten hebben". Men zal ze een jaar of twee tijd geven om het land „vrijwillig" te verlaten, zijn ze na dien tijd nog niet weg, dan gebruikt men eenvoudig dwang.

Sluiten