Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEMSPARKBUURT.

I.

'oorbije jaren keeren terug! Ik woon weer in de ouwe

Vnette buurt, en daar het Goeie Vrijdag is en broeierig warm en ik geen lust heb zonder geld de vele caféterrassen kleintjes koffie te zien savoureeren, zet ik me, wat me in jaren niet gebeurd is, op een crapaud voor het raam en ... . „kijk uit!"

Daar liggen de tuintjes-vierkanten in de rust van den vallenden avond. Een jong meisje loopt er in rond, op haar toffeltjes. Ik heb nooit begrepen, hoe je in zoo'n tuintje loopen kan, noch hoe je er überhaupt kunt xgn. Want je kunt niet meer dan éénmaal per dag de knoppen van de twee rhododendrons met voldoende pretentieuse verrukking in je hand nemen om te zien hoe ze op het punt van springen staan, en maat éénmaal de roze-struik streelen, en maar éénmaal de drie eenzame madeliefjes tot een tuiltje binden. Ik weet nu, dat je de rust dier tuintjes in je hart moet dragen om rustig in ze te kunnen zijn — een vierkante rust en zeer symetrisch.

Een oudere dame in een lang batik-schort over een vaalzwarte japon, ligt geknield voor haar balkon-trappetje hout te hakken. Ze hakt alles wat in haar bereik ligt met een bijl in gelijke stukje»: een deur van een kippenhok, een kapotte strijkplank, een deksel. Ik weet, nu ik dat zoo zie, dat je de schijnbaar nuttelooze dingen, ook in de huishouding des levens, niet moogt overslaan als je eraan toe bent. Het heeft zijn groote waarde deze kleine1 schakeltjes in rust te smeden. Als deze dame die onbruikbare houten gevallen niet in een uur van naarstig werken tot stukken sloeg maar in plaats daarvan nieuw hout kocht, gehakt en wel, en haar oude rommel bewaarde, zou het zeker niet goed zijn. Ik zie, dat vooral het rustig verrichten der kleinigheden de stof dwingt naar onzen wil.

Een mijnheer komt op zijn balconnetje, waar hij eerst even te groot voor lijkt, kijkt naar de groene spruitsels in zijn

8

Sluiten