Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

langwerpige gaasoverdekte bloembakken, en draait dan weer in de achter een schot voor mij helaas onzichtbare kamer terug. Het is niets, ik weet tóch wel hoe die kamer er uitziet. Er staat een piano met een rood-pluche kruk, een tafel en stoelen, en enkele eenzame kunstvoorwerpen van bijzondere gelegenheden en vreemdsoortige schenkers (die iedereen toch wel in zijn famÜie heeft), en het één hoort niet bij het ander. De verzamelnaam voor al deze voorwerpen en intérieurs is: „bazaar .

Maar ik wil niet hoonen op zoo'n lieve avond, dat ik, voor het eerst na jaren van onrustig zwerven, door buurten en oorden waar het leven gemeenlijk het heetste brandt, weer eens voor mijn open raam (op een crapaud nog wel) de rustige vierkante tuintjes van mijn buren bezie, en hun vele vensters (met de op-eén-na mooiste gordijnen, de mooiste hangen natuurlijk vóór), hun vliegenkasten en hun ouwe rommelkisten, die ze hier op hun achteraf balconnetje dachten weg te stoppen, maar die ik zien kan in al hun naaktheid en in al hun roerende offervaardigheid van versmade martelaren der huiselijke properheid.

Een vogel zingt twéé o, nee, het zijn er véél meer,

die hier tjilpen en kwinkeleeren in de denneboompjes en lijsterbesjes van enkele bijzonder begenadigde vierkante tuintjes.

De jaren keeren op hun schreden terug! Ik zie mezelf weer in zoo'n benedenhuis; in al mijn daverende onrust van een schooljongen met een flets en met een hond, zijntantes tergend en luidruchtig vergaderingen beleggend op de bovenkamer. Nu zijn er ook weer jongens met fietsen en honden, die hun tantes of moeders plagen en met bravour vergaderen, en al ben ik er zelf niet bij. het is hetzelfde. God zal zich ten eeuwigen dage ook in luidruchtige schooljongens, schallend van louter ontembare levensdrang, openbaren, en wie, eventjes bóven de huizen, als toeschouwer zit, die is er ook altijd weer bij.

En denkt U nu eens wat me gisterenavond gebeurde! Ik zat dan in de ouwe lijn 2 met de vele keurige geavanceerde menschen, die heuschelijk de cultuur dragen (zoo in den geest van een couveuse) al maken ze ze dan ook niet, en naast me zat.... nee maar. een snoes, mooier en fijner met haar hoog-blonde haartjes en de korenblauwe oogen in het ovale poppengezichtje dan een van die meisjes uit de oorden, waarvan ik U zooeven sprak, daar waar de levensbrand zooveel heeter woedt.

Sluiten