Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

iü de gemeenschap is evenredig aan de mate waarin haar vrouwen vrouw, haar mannen man zijn. De kwaliteit van diezelfde gemeenschap wordt bepaald door de aard der vrouwelijke eigenschappen, die de vrouw maximaal ontwikkelt, door de aard der mannelijke eigendommelijkheden, die de meest actieve der beiden zijn tegendeeligheid tegenover stelt.

Dit is het frame van eiken vorm: van ras, gemeenschap en individu: de kracht en de hoedanigheid der beide polen, wier spanning de spanning en de energie der levende derde is.

Op het tijdstip der conceptie is die kracht maximaal en de eigenschappen, die de beide scheppers op dat moment elkaar tegenoverstellen als maximaal tegendeelige aantrekkelijkheid is beslissend voor den oer-aanleg der vorm, die uit die conceptie geboren wordt. Bij de geboorte ontvangt de moeder kracht voor twee, voor drie, voor tien, en de man is uiterst waakzaam. Maar over de wieg van de geborene, buigen zich vader en moeder met een glimlach van verteedering op het gelaat. Ze zien elkaar aan, over de wieg van den geboren vorm, met een blik van doellooze hemelsche liefde, die de scheppingskracht dan ontbeert omdat dan geen schepping meer van hen gevergd wordt.

Alle aandacht vestigt zich nu op den arbeid der schaving, het kneden en polijsten. Dat is het werk der cultuur, waarin man en vrouw, die zich zelve en elkander evenzeer in de geboren vorm herkennen, naast elkaar gaan, zonder zich nog in hun typische eigendommelijkheid terwille der krachtsontwikkeling te verschansen. Dan vallen de grenzen weg. De man waardeert wat de vrouw aan den jongen vorm heeft gegeven, de vrouw herkent haar man in hem en heeft den vader (en niet meer den man alleen!) lief in het kind. Ze vinden elkaar geheel in de derde. De derde heeft nu de kracht alléén, die man en vrouw terwille der schepping eens tezamen door strakste tegenoverstelling moesten ontwikkelen.

Wat wij lief hebben in den ander is tenslotte onszelf. Datgene van onszelf wat we het beste en grootste en moeilijkst bereikbare vinden. We plaatsen dat in een ander, „wir hangen an Einem unseres Herz", en bestrijden dien. Zoodra de ander overwint heeft ons beste zelf ons overwonnen. De vrucht en het bewijs der overwinning is de derde: het kind, (ras,

Sluiten