Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hl

De gedaante: Het zal morgen in de bladen staan.

De redenaar: Ja.

(Zij dalen, verdiept in hun gesprek.)

geIooefdledaantC! 16 Hebt h£t 200 962694 alsof je het *** De redenaar: Ik gelóóf het.

hJ?C fleuï Vt.n?ej Ja' ,a' we 9cIooveocen heele boel dingen, Het gemakkelijke is, dat je nu je hooger zelf weer zóóveel voed-

andeïf Lrd7n?en.dat ï ^ ^ ««^ hart aan h" De redenaar: Wat anders?

in^findtr461 ^ ^ ^ R Ög ^

v«? 6ƒ e d e n a a r : (hem PJots bij den arm grijpend, blijkbaar

d ennwLn ^°2e Gr°0te God' die **P » eindeloo

diep. Waar gaan we heen?

De gedaante: Waar moeten we heen? hJrJM^W1133^ 1Jaar b°ven* naar beneden, het is me 22^ft fct .en^° hCt immersJal' En toch.... moeten we h™« u "'f enerflic in dic (Mf wijst met het

hoofd naar boven, achter zich> uitgeput. De diepte lust me nfet Wat nu? Ik zou hier willen blijven, maar het kén niet

Degedaante: Loop dan. Je kunt je toch niet in deze leege tusschensfeer verliezen. Ze is leeg, absöhnit leeg. Denk aan Ie woorden : neem een vrouw. '

De redenaar: Ik heb er geen.

JP,eniCdaRant/: ?P elke V6^ van deze wondertrap staat een andere. Blonden, bruinen. Je hebt maar te kiezen.

™VCdenaar: Voor ^men is begeerte noodig. Ik heb geen begeerte meer. y

W?le9deezea?ante: £ Het lcven ^9 toch niet stilstaan.

J?«?fi3 ^ WOnd ^ ^ °P de VOl^ndc *-de

De redenaar: Ze heeft een lief, ovaal aezichtie maar haar beentjes.. ! haar beentjes zijn niet mooi. Nee fce ^ * niet kunnen bezitten. Ik zou altijd alteen haar b2nen zien

Degedaante: (voortgaande) Wtf Je die da*?

nï W1,ï °P Cen doilkere' sl^e, op de volgende trede.)

De redenaar: O, wat is ze moe* ik zou met haar.

Sluiten