Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

157

En de stoffen, de stommen. Onbewust,

Veranderden zich naar zijn hartelust. En het aardsche bestel Was heel wel Naar den wensch Van den Mensch.

-\

Toen sprak tot zijn tallooze broeders De Mensch:

Leeft in welvaart tezamen Naar onzen wensch.

Eet U rond aan de aarde en drinkt erbij.

Want al wat we wensch' is aan U en mij.

Wij zijn hier de meesters en — 'tis geen droom —-

Bouwen al wat we willen uit 't oer-atoom.

Zoo doet naar mijn woord, door mijn wil bekracht,

En brengt allen hulde aan de menscn'lijke macht.

Dixi.

En de menschen, de ezels. Onbewust,

Fabriceerden hun heilstaat Naar hartelust.

Hielpen 't mensch'lijk bestaan, Langzaam-aan, naar de maant Naar den wensch Van den Mensch.

Toen stond de machtige Mensch alleen

En wierp zijn blikken om zich heen.

Toen hij zag, dat het ging gelijk hij wou,

Voelde hij zich eenzaam en had berouw.

En hij sprak tot het meisje, dat naast hem liep:

Kus mij haastig, liefste Maar 't meisje sliep.

En toen ze ontwaakte, o vreemd idee,

Minde z' een ander en ging mee.

En de Mensch, die zijn godd'lijke ziel zag gaan,

Wenschte de Kosmos naar de maan.

Fictie.

Sluiten