Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHEPPING.

I.

Een Paasch-Verhaal..

In zijn atelier zat de groote Beeldhouwer en arbeidde. Boven hem welfde zich het eindeloos blauw van de zoldering. Uit dit trillend blauw zongen den Schepper de ideeën toe. die zijn machtige hand kneedde tot stof. Het azuur was doorlicht van zon, en aan den einder, daar waar het overvloeide in het helder groen van het kleed zijner voeten, stonden donkere wolken, goud-omrand, als wachters op den drempel van het eeuwig blauw-en-goud, duizend-en-een Muzen der Onvoldragenheid.

Rondom den Machtige, op consoles van bergkristal en piëdestals van zuiver goud en lapis lazuli, bloeiden de bloemen van zijn geest. Hij had er vele geschapen.

Toen een teedere melodie uit het hemelsch lied zijn geest doorzong, schiep hij ze om in de nederige bloemen der aarder madeliefjes, pinksterbloemen en heide-kruid. Machtige muziek werd door zijn ontvankelijken scheppersgeest en de macht zijner willige handen tot rozen en rhododendrons, chrysanthemen en papavers. Melancholie, die daar weende in vage violenklacht door het donkerend hemel-paars, werd tot viooltjes en paarseregen. Een koperen bekken-slag verwekte in zijn Geest het beeld van een stralende zonnebloem, een kreet van het koper als felle zonneschicht werd tot een tulp en ranke narcis, klaterende fanfares tot een veld van wuivend goudgeel koren, doorsponnen van vreugdig hemel-blauw en hartstochtelijk papaverrood. Daar tusschen door schiep hij het lied der wolken om tot stof, en de oneindige menschenhefde, die redeloos en woordeloos zijn ziel door-zong, leefde voor zijn oog in de lieflijke gestalten van sneeuwwitte seringen, van geurende mei-doorn, van sneeuwbal, mei-klokje en hyadnth.

Bezield van zijn Geest leefden deze teedere scheppingen verder, zij paarden en deelden zich en groeiden uit voor het

Sluiten