Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

164

bron, dit lichaam met steeds nieuwe verwondering, steeds nieuwe begeerte, steeds andere kleur en klank.

De Schepper droomde, zich rustig wiegend op het eindeloos rythme. dat hem draagt, eenig en eeuwig oord van veiligheid en zekere vervulling voor den goddelijken geest die zich in liefde heeft geledigd.

En. droomend over het beeld, dat, machtig en arrogant, onder de oogen van zijn Schepper dóór-leefde in spanning en heerschersdrift, bemerkte hij, schrikkend, dat dit zijn evenbeeld niet was.

Deze droomde niet. Deze vermocht niet te luisteren en zich te herstellen, leeggebrand, aan de eeuwige bron van licht en leven. Deze was slechts het beeld van zijn machtigen Scheppersaard, even onvolkomen als een der bloemen van zijn verbeelding, en gedoemd te sterven door gebrek aan kracht zoodra de goddelijke drift, die hem tot aanzijn riep. in driftig vormen was verbruikt.

Ten doode verschrikt haastte de Schepper zich zijn fout te herstellen,

Maar ongedaan was dit niet te maken. De man, eenmaal geschapen, was gedoemd te leven, te blijven willen, te blijven vormen, als eeuwig gevaar voor zichzelf, als eeuwige vijand van Hem, die hem uit redelooze liefde tot leven riep. Toen breidde de Schepper, wanhopend aan eigen kunnen en ontroerd van deernis met dit eenzaam en machteloos schepsel zijner handen, de armen uit, en, vergetend eigen macht, riep van deernis de ongeboren schepping aan. En zie, wat hij zich wenschte en niet scheppen kon, was reeds geschapen.

Voor zijn oogen rees het lieflijk beeld des hemels, sprakeloos als de bron der muziek zelve, zoolang ze niet door scheppers-oor beluisterd en door scheppers-hand vertolkt wordt. Deze was eindeloos blauw als de lucht, zon-doorlicht, sprakeloos als het Mysterie zelf. Deze was gronde-loos, en even diep als de geest kon peilen, die haar in liefde doorschouwen wou. Deze was, luisterend, onuitputtelijk, eeuwig in geven, stil als het onbegeerde Hemel-lied, rijk en vol als de beluisterde Melodie.

Schouwend op deze beiden: Man en Vrouw, werd de Schepper door een wondere ontroering bewogen. Het was de wil tot

Sluiten