Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LABYRINTH.

Tragedie der Liefde in 3 tafreelen, voor- en naspel.

Het tooneel is een triptiek: links (voor den toeschouwer) een groole-stadshoek, stil vrij-en-ruzie-plaatsje, waar het straatleven langs rameit; in het midden een open plaats in een droomlabynnth, omlijsting van struikgewas en hoornen, waar in elk nieuw tafreel iets gewijzigd is; rechts een stil hoekje van een hospitaal, watchtafel en crucifix, in het naspel uitgebreid over net geneele middenvak tot aan den straathoek, tot een min of meer volledig gasthuis-interieur.

Voor het gansche beeld branden, als op een altaar, twee kaarsen. De verst opgebrande, ter linker, draagt een bord met opschrift: Hendrik Jacqbusde kaats ter rechter vermeldt; Maria.... Wat er nog verder op de borden geschreven staat mag onleesbaar zijn.

Voorspel.

(Een man en een vrouw staan te vrijen in de straathoek. JJaarna kijken ze elkaar aan en maken ruzie).

De man: Dat is nu alles goed en wel.... De vrouw: Begin je weer?

De m.: Ik heb nog niets gezegd. Als je me eens wou laten uitspreken, dat wil zeggen, als je me de gelegenheid wou geven me behoorlijk uit te spreken, als je eens de moeite nam in mijn «teer te treden en daar naar me te luisteren, zoodat ik mijn woorden niet bij horten en stooten hoefde over te schreeuwen naar de plaats waar jij je voor me verborgen houdt, dan zou je inzien, dat wat ik je te zeggen heb redelijk en waarlijk schoon was.

De vr.: Zeg het dan.

De m.: Ik weet het niet meer.

De vr.: Zeg maar wat, het komt er niet op aan. Als je ruzie wil maken is elk argument even dienstig. Zeg maar, dat ik een beest ben. dat ik niet redelijk denken kan, dat ik je in •de weg sta bij je werk.... Dat weet ik.... Ik hoor niet

vH Je —

Sluiten