Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

174

De m. i Groote God, lieveling, waar haal je de nonsens vandaan ? Als ik met je spreken wil is het alleen omdat we geen dieren zijn, maar denkende, voelende menschen, die de spraak hebben gekregen om tegen elkaar uit te zeggen dat, waartoe hun liefde hun inspireert.

De vr.: Ik word tot niks geïnspireerd. Ik weet alleen, dat ik je heb liefgehad, als er tenminste zooiets als liefde bestaat, en dat die liefde bij elk woord, dat je tegen me zei, minder is geworden. De inspiratie is alleen aan jouw kant.

De m.: Maar schat....

De vr.: Laat me los ... . Ik zal wel luisteren naar wat je me te zeggen hebt.... En laat me dan gaan. Ik hoor niet bij je. Ik wil mijn eigen leven leven. En voor je praatjes voel ik niks

De m.: Maar lieveling, hoe kan ik nu tot je spreken op die manier. Ik heb je mijn leven gegeven ....

De vr.: Jammer genoeg. Ik heb je er nooit om gevraagd.

De m Ik heb je mijn leven gegeven, mijn kostelijke

leven van kunstenaar, jij bent mijn ziel, het klankbord van mijn geest. Hoe kan ik nog iets formuleeren, hoe kan ik nog iets van mijn taak volbrengen, die nu eenmaal „formuleeren" is, praten en nog eens praten, alles uitzeggen wat daarbinnen woelt en gist en waartoe jij, immers jij alleen me inspireert, als je je zoo botweg voor me afsluit en alles wat ik te zeggen heb al van te voren in de kiem verstikt.

De vr.: Ik doe niks.

De m.: Dat is het 'em juist. Je doet niks en je moest wèl wat doen. Niets doen is in dit geval misdadiger dan iets verkeerd te doen, dééd je maar iets....

De vr.: Wat zou ik doen ? Ik ben toch maar een dier, een redeloos schepsel, dat alleen maar wat liefde bezit.... Wat geef jij daarom? Wat is dat waard, als je er niet in mooie zinnen over praten kan of wil ? Wat moet ik doen ?

De m.: Luisteren !... Voel je dan niet, dat het jouw gedachten en jouw gevoelens zijn, die ik tegen je uitspreek?

De vr.: Ik heb geen gedachten en geen gevoelens. Ik heb ze tenminste niet méér. Dat wat ik had heb jij er uitgepraat. Zóó vaak heb jij tegen me gezegd wat ik voel en denk, dat ik het nu zelf niet meer weet. Maar ga je gang maar. Ik luister.

De m.: Niet zóó, liefste, niet zóó. O, als je eens éénmaal

Sluiten