Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

176

De vr.: Laat me los. Ik ga naar huis zeg ik je immers .... De m.: Schat, wat doe je.... Wat durf je te doen.... Je vermoordt me....

(Vrouw af. Man achter haar aan).

Het straatlawaai: orgels, claxons, bellen en geratel verzacht tot een verward gedruisch van verre. — Her spel verplaatst zich naar het midden-vak. Links: van tijd tot tijd een dronken man of bedelaar, die steun zoekt tegen den muur, een jongen, die een plasje doet. Rechts, een enkele maal een verpleegster, die in alle stilte een kommetje in de hoek deponeert.

Eerste tafreel.

JEen open plek in het Labyrinth. Drie gangen loopen hierop vit. Uit de gang ter linker klinkt het hol geroep, nu eens dichter bij, dan weer verder af van den man, die zoekt: „Liefste.... o, liefste 1

De m.: (uit de gang gekomen, zinkt machteloos op zijn knieën. Een lange, magere figuur in grijzen mantel staat achter hem) God, mijn God... geef haar mij nog ééns terug ... Ik weet dat het alles mijn schuld is. Dat het niet te dragen is. Dat het alles vermoordt wat levend en argeloos is. God, verlos mij van den Booze, verlos mij van de Gedachte....

De grijze figuur: Je praat heel aardig.

De m.: Heer, ik wil niet meer praten. Ik heb gekozen. Ik heb baar gekozen. Ontneem mij, als het moet, dit vage talent der analyse....

De g. f.: Je mond zegt het, maar je hart weet wel beter. Je speelt met levens, je speelt zélf een menschenleven, terwijl er in waarheid maar één ding bestaat, dat je heilig is. Neem haar terug. Je bezit de gave haar in het net van je fijne woordenkeus te vangen. Omspin haar, speel een liefde, die je slechts bezit totdat het objekt zijn pikante weerstand opgeeft. Wil jij soms een burgerbestaan?

De m.: Ik wil niet.... ik denk niet.... Ik heb haar hef.

De g. f.: Zooals een gulzigaard het eten. Als hij het genuttigd heeft, keert hij zich af. Wat is er van je üefde over als ze in je armen ligt: Ben jij een man om een vrouw te

Sluiten