Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M'N INTERVIEWS.*)

I

LOUIS COUPERUS.

Couperus 60 jaar. — Een bezoek aan de Steeg.

De Steeg, 6 Juni. — Zestig jaar leeft deze wel zeer on-Hollandsche flaneur, leeft deze fantastische levensgenieter bij de gratie aller antieke en moderne goden (want er zijn nóg goden, o lezer, ook in dezen weinig goddelijken tijd, en al zien wij ze niet meer troonend en minnend, zwelgend en intrigeerend op een mystieken Olymp), leeft deze begenadigde optimist, die het zoo bij uitstek verstaat „den dag te plukken", in ons midden — -en tusschen de veertig en vijftig zijn de grootere werken, die hij ons schonk: romans, antieke evocaties, waarin de ziel der Egytische en Helleensche oudheid voor ons leeft, moderne moraliteiten, sprookjes, gebundelde novellen, gebundelde reisverhalen: van en over hemzelf en anderen. Over hem zelf in de allereerste plaats. Het belangwekkendst, in dit zoo omvangrijk oeuvre, dat door géén kunstenaar voor wien niet het leven zelf schrijven, en schrijven leven is, bij benadering zou kunnen worden gehaald, zijn dan ook wel die passages, waar 'hij het met sympathieke onbescheidenheid uitsluitend over zichzelf heeft en aan •eigen persoon en eigen dagelijkse!) gebeuren de velerlei schoonheid van dit schoone leven demonstreert.

Wij weten . . . alles van Couperus. Tot zijn intiemste bijzonderheden en zijn meest delicate toiletgeheimen: wij kennen de dassen, die hij draagt, of niet draagt, die voor regenachtige dagen, als het grauw-grijs domineert, en die andere voor dagen van zonneschijn, wij weten het hoe hij opstaat, en ontbijt, en schrijft, wij maakten kennis met zijn poes, jaren geleden, u weet nog wel, die met den keizerlijken naam, in zijn huis te Nice, die zich zoo graag als een bontje om den hals van den baas legde en later ontrouw pleegde met den kater van den Italiaanschen consul. Wij weten welke koffers Couperus op zijn reizen vergezellen en welke parapluie, welk parfum hij prefereert, waar hij bi) voorkeur winkelt. Wij weten wie zijn vrienden zijn en waar hij bi) voorkeur toeft. Wij weten dit alles — en wij weten het niet. Want wat hij ons in het altijd boeiend récit van deze duizend-en-een futiliteiten, waarin hij voorgeeft belang te stellen, schenkt, is niet een historisch verslag van het leven van éen, die zichzelf en al wat hemzelf betreft, zóó bijster belangrijk vindt, dat hij het als zoodanig wereldkundig moet maken, maar wél: „de ziel der dingen", die men aan zichzelf en in eigen directe omgeving het levendigst ervaart.

Aldus schilderde ons deze kunstenaar, voor wien het leven zóó belangrijk is, dat hij de schijnbaar-nietigste gebeurtenissen onze aandacht waardig keurt: zichzelf.

En zóó nauw is zijn persoonlijk leven aan zijn werk verbonden, dat een

*) Uit een reeks: Couperus, Rensburg, Wegener, Moissi, Maks. Alma. Louis Bouwmeester. Bassermann. enz. enz; (.De Telegraaf". 1923).

Sluiten